Michiel de Ruyter – afdalen in zijn graf

20190216_183417Hollend worstel ik mij een weg door de traag gaande mensenmassa. Zigzaggend ren ik dan weer over het fietspad, dan weer over de trambaan, dan weer op de stoep. Dronken Engelsen schreeuwen. Het deert me niet. Haastend snel ik me verder. Trein was ernstig vertraagd. Ik moet op tijd zijn, om niets te missen. De Dam doemt op. Rechts de Nieuwe Kerk. Twee voor vijf storm ik binnen. Ik ben op tijd.

Slavernij verwerpen

We zitten in het middenschip van de kerk, onder het orgel. Het lijkt wel een kerkdienst, maar het is een herdenking. Van wat weet ik nog niet precies, maar daar kom ik nog achter. Geboortedag is het niet, want dat was 24 maart. Sterfdag ook niet, dat was 29 april. Met 200 mensen voel ik mij in bevoorrecht gezelschap. Ik zie vooral oude mensen, met dure kleding. Rijke mensen, met een voornaam voorkomen. Zou ik de gemiddelde leeftijd een beetje naar beneden schroeven? Tot mijn verrassing zie ik een aantal mensen met een donkere huid. Meestal zijn zij (helaas, naar mijn mening) dikwijls afwezig bij dergelijke gelegenheden, maar nu verbaast mij hun aanwezigheid juist. Want, zitten we nu niet bij een herdenkingsbijeenkomst van de ‘koloniale zeeschurk’. Was het niet zo dat deze man de ‘zetbaas van de slavenhandel’ was? Sla het internet er maar op na; de googletreffers zijn niet mals. Hij ‘hield de slavenhandel in stand’. De Ruyter zou ‘rover’ betekenen, van het roven van mensen om hen als tot slaaf gemaakten aan het werk te zetten in de Nieuwe Wereld. Slavernij moeten we verwerpen, álle slavernij, ook die van nu, in de hoofdstad, achter de ramen, bijvoorbeeld.

Herdenking

Mariniers leggen een krans (foto ES)

Mariniers bij het praalgraf (foto ES)

Maar goed, ik zit bij een herdenking van Michiel de Ruyter, op 16 februari. En ik verwerp slavernij. Inmiddels is de ceremonie geopend met zang en gitaar, het lied is gecomponeerd door Constantijn Huygens. Mooi. Dan een lezing. ‘Ontmoet de mens Michiel’. Zou ik deze man, had hij nu geleefd, kunnen velen als leidinggevende? Hij zou mij in ieder geval niet dulden, denk ik. Trouwens, streng religieus, hoewel hij wel tolerant stond tegenover andersdenkenden en zich opener opstelde dan de strenge calvinisten, verwierp hij -denk ik vrije zielen; mensen zonder geloof. Zijn grootouders waren vluchteling, uit Bergen op Zoom, met kind vestigden zij zich in Vlissingen. Dat kind, Adriaan was de vader van Michiel.

Ontmoet de mens

Ontmoet de mens Michiel. In de geschiedenisboeken worden mensen vaak en teveel op een voetstuk gezet, zegt dhr. Nuboer, die de lezing gaf. Hij heeft brieven bestudeerd die door De Ruyter zijn geschreven aan de Staten Generaal, maar onderzocht ook documenten van tijdgenoten. In het Nationaal Archief liggen tientallen brieven en Michiel de Ruyter heeft een dertigtal journaals aan ons overgeleverd. Rijke bronnen, waarmee Nuboer goed uit de voeten kon, ondanks het moeilijk leesbare handschrift van De Ruyter. Hij eiste van zijn officieren een ijzeren discipline. Zo vond hij dat viceadmiraal Jan Meppel onordelijk voer. Hij liet hem op het matje komen. Verontwaardigd schreef Meppel op zijn beurt in zijn journaal dat hij zich onredelijk behandeld voelde, omdat De Ruyter zich ook niet altijd hield aan het varen in verband. Hierop werd Michiel weer kwaad.

Dergelijke woede-uitbarstingen kwamen vaker voor. Als De Ruyter het niet met een boodschapper eens was, kreeg deze de wind van voren. De boosheid verdween als sneeuw voor de zon wanneer er zich een ander probleem aandiende. Bijvoorbeeld de Algerijnen die te weinig water wilden verstrekken. Hij richt zijn knorrigheid op hen en leek de ruzie vergeten, hij schreef er in ieder geval niets over in zijn logboek, wel schreef hij over de ‘Turkse schelmen’, die maar één vat water verstrekten. In 1675 had hij een confrontatie met Thomas Hees, die een persoonlijk dagboek bijhield, (dus geen journaal). De schepen vertrokken te laat voor een missie. Michiel de Ruyter ging te keer en Hees kreeg de wind van voren. De Ruyter was niet tot bedaren te brengen. Dan hebben anderen hem nodig en meteen komt hij tot rust, vergeet de hele kwestie en gaat, alsof er niets gebeurd is, over op de orde van de dag zoals dat ook ging bij de ruzie met Jan Meppel.

Compassie kost het leven

Kransen bij het praalgraf (foto ES)

Kransen bij het praalgraf (foto ES)

Strakke discipline, onvoorwaardelijk, kan niet tegen kritiek, is snel boos, is ook snel weer met iets anders bezig, wekt een gehaaste indruk, aanvaardt moeilijk excuses, schrijft slordig, snel afgeleid, korte concentratieboog, kan kwetsend zijn in zijn directheid, geen tactvolle benadering naar officieren. Energiek, ongeduldig, geen tijd. Compassie, toewijding, gedreven. Hij was iemand die zijn werk op bevlogen wijze deed. Na een uitbrander van hem zijn veel mensen, zo blijkt uit bronnen, erg van slag. ‘Michiel de Ruyter heeft haast, en zijn boosheid is in een oogwenk over’, aldus Nuboer. Wond er geen doekjes om, nam geen blad voor de mond, eiste absolute gehoorzaamheid. De Ruyter werkte snel. Zou hij ook 72 uren in een dag willen stoppen? Als ik het zo hoor, zou hij qua snelheid en werktempo wel in deze verhaaste tijd passen. Zijn onvoorwaardelijke trouw en gehoorzaamheid echter, zouden hem zijn leven kosten.

Eigenlijk een Europeaan

Zijn bekendheid gaat en ging de grenzen over. Ik lepel het even kort op. (In de geschiedenisboeken (en op wikipedia ook wel) staat het uitgebreide verhaal). Na werkzaam te zijn geweest als stuurman op een walvisvaarder (maakt dit feit van hem een dierenbeul?) ging hij aan de slag op een particuliere oorlogsbodem van een Zeeuwse redersfamilie. We zitten in 1637. In 1640 werd hij voor dezelfde rederij kapitein. Als schout bij nacht stond hij de Portugezen bij in hun opstand tegen Spanje. Tot 1651 maakte hij vele reizen naar Marokko, waar hij veel aan verdiende door met de Marokkanen te handelen. (Handelden de Marokkanen ook in slaven?) Hij hielp een Marokkaanse stad (Salé) bij de bevrijding van Algerijnse zeerovers. De stedelingen haalden hem als bevrijder de stad binnen. Dat is één. Hij reisde de zeeën af alsof het niets was.

In 1652 ging hij (weer) in zeedienst. De Eerste Engelse Zeeoorlog was uitgebroken. Deze geschiedenis kennen we het beste. De marine had mede de taak om de zeeroutes te beschermen, vandaar dat Michiel niet alleen tegen de Engelsen vocht, maar ook de Denen hielp toen de Zweden hen aanvielen. Als dank hiervoor werd hij in de Deense adelstand verheven. Dat is twee. Geheel belangeloos was de Nederlandse marine echter niet, want met een vrij Denemarken lag de Oostzeehandel weer open, met de Oostzeehandel werd –anders dan we zouden denken, de meeste winst gemaakt. Toen de Engelsen de factorijen van de WIC wilden veroveren, werd Michiel de Ruyter er wederom op uit gestuurd, om de Nederlandse bezittingen (eigenlijk bezette gebieden) uit handen van de Engelsen, (die deze gebieden ook wilden hebben) te houden.

Toegang tot de crypte (foto ES)

Toegang tot de crypte (foto ES)

De waarheid durven zeggen

Michiel de Ruyter is aanvankelijk gehoorzaamheid schuldig aan Johan de Witt, en nadat deze (met zijn broer Cornelis) in 1672 is afgeslacht volgt hij de bevelen op van de stadhouder Willem III. Johan de Witt was een goede vriend. De Ruyter vond zijn dood verschrikkelijk en stak dat niet onder stoelen of banken. Een opgehitste menigte die zijn huis ook kort en klein wilde slaan, kon ter nauwer nood worden tegengehouden. Op een vraag waarom hij Johan de Witt verdedigd had schijnt hij gezegd te hebben: ‘Indien ’t hier in ’t Vaderland zoo gelegen is datmen de waarheid niet mag spreken, zoo is ‘t ‘er zeer elendig gesteld. Nogtans zal ik die spreeken, zolang myne oogen openstaan’, wat door mij vrij vertaald zoveel betekent als: zolang ik leef zal ik zeggen wat ik ervan vind. Als we de waarheid niet meer mogen zeggen dan is het droevig gesteld met Nederland.

Toen Spanje aan Nederland ondersteuning vroeg bij het neerslaan van een opstand, die overigens gesteund werd door de Fransen, stemde stadhouder Willem III toe. Vanwege deze steun werd De Ruyter later in de Spaanse adelstand verheven. Dat is drie. De inmiddels 68-jarige Michiel de Ruyter werd in 1675 uitgezonden en voorvoelde dat hij met deze vlootopstelling zijn leven waagde. Hij ging toch: ‘De Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierd mij bevoolen ’s Lands Vlag op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee t’zee gaan […en] mijn leven waagen’. Hij werd met achttien schepen in het ruime sop gestuurd, veel te weinig voor deze moeizame operatie.

Op de valreep

De Ruyter kon slecht overweg met de Spaanse autoriteiten. Desondanks lukte het hem om, op de valreep van zijn leven, achtentwintig galeislaven vrij te krijgen. De onderkoning van Napels (dat toen nog bij Spanje hoorde) vond Michiel de Ruyter misschien wel een rare snuiter, maar als dank voor zijn optreden kwamen de protestante tot slaaf gemaakten door toedoen van De Ruyter wel vrij. Naast deze achtentwintig predikanten heeft De Ruyter zijn leven meer dan tweeduizend tot slaaf gemaakte mensen vrij weten te krijgen. Het was februari 1676. De nazaten van de vrijgemaakte galeislaven leven voornamelijk in Debrecen, een stadje in Hongarije. Zij herdenken jaarlijks in februari de bevrijding van hun voorouders bij het standbeeld van Michiel de Ruyter in Debrecen maar ook in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waarbij ik getuige mocht zijn.

Crypte met Hongaarse herdenkingslinten (foto ES)

Crypte met Hongaarse herdenkingslinten (foto ES)

Dan dalen we af

Michiel de Ruyter stierf aan zijn verwondingen op 29 april 1676 in de Baai van Syracuse. Zijn gebalsemde lichaam werd opgebaard en per schip teruggevoerd naar Nederland, waar hij op 18 maart 1677 werd begraven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. In 1681 werd zijn praalgraf voltooid, dat nog altijd is te bewonderen. Onder het praalgraf, of beter, achter het altaar, is een trap. Alleen de nakomelingen van De Ruyter kunnen er in. En heel af en toe wordt de crypte geopend, om te herdenken dat Michiel de Ruyter niet alleen een zeeheld was, maar hij heeft naast de achtentwintig predikanten maar liefst 2500 tot slaaf gemaakten heeft bevrijd en vrijgekocht en voor een deel uit eigen zak betaalde.

Ik daal af naar de benauwde kleine crypte. Het is erg druk, en de trap is zo steil, dat ik mij benauwd voel. Dan ben ik beneden. Hoe bijzonder is het om in deze crypte te zijn? Er staat een houten kist. Dit is de doodskist van De Ruyter. Wat een historische sensatie. Vlaggen, vaantjes, linten en wimpels hangen en liggen rondom en op de kist. De meeste hebben de Hongaarse driekleur. Ik kijk rond. Voorzichtig klauter ik -diep onder de indruk- weer naar boven. Ik moet even bijkomen. Dan dwaal mezelf naar de uitgang, waarbij mijn blik gekruist wordt met die van een vriendelijke donkergetinte man. Hij knikt mij toe. Ik lach terug. Het is de gitarist, van wie zijn voorvader galeislaaf was en bevrijd werd door Michiel. Hij draagt een heel klein lintje met de Hongaarse driekleur.

Meer lezen (over bijvoorbeeld hoe het zit met de 2500 vrijgekochte slaven? http://www.deruyter.org/homepage

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: