De gruwelijke moord op Cornelis en Johan de Witt

Wapen van De Witt op het monument in Dordrecht

Wapen van De Witt

Een zomernacht. Het licht beschijnt het griezelige tafereel. Twee lichamen hangen ondersteboven aan een ladder of iets wat erop lijkt. De armen strekken omlaag, door lijkstijfheid versteend. Wie is wie? Het is door de verminkingen niet te zien. Uit de open gekliefde buiken hangen als een slijmerige massa de ingewanden. Een van de lijken heeft geen gezicht meer. Het ruikt naar geronnen bloed. De weeë lucht van verrotting en maden slaat op de longen en op de maag. Het bloederige beeld laat zien dat hier een vreselijke dubbelmoord heeft plaatsgevonden.

Een zonnebloem aan zijn voeten

In de stad krioelt het van de mensen. Ik baan mij een weg door het verkeer en loop over het Plein. Daar is het woonhuis. Wat staat het dichtbij de plek van waar de moord plaatsvond! Even verderop sla ik een zijstraat in, omdat daar volgens mijn foon een bloemisterij zou zitten. In een prachtig hoekpand bevindt zich inderdaad een bloemenzaak. ‘Een zonnebloem moet het zijn’, denk ik. Na afgerekend te hebben loop ik terug. Zonnebloem in de hand. Bij het standbeeld sta ik stil. ‘Wat staat het hoog op het voetstuk’, ik klim, het ruziemakende Franse stel negerend, op de granieten rand. Met een zwaai gooi ik wankelend de bloem naar boven, die met een zachte plof terecht komt bij de voeten. Eenmaal beneden bekijk ik trots het resultaat. Vandaag wordt weer een dag van veel historische sensatiemomenten. Waar te beginnen?

Beeld van Johan de Witt op de Plaats te Den Haag

Beeld van Johan de Witt op de Plaats te Den Haag.

De hierboven beschreven dubbelmoord gebeurde in Den Haag, op 20 augustus 1672. Twee broers, Johan en Cornelis de Witt (beiden geboren in Dordrecht, Johan in 1625 en Cornelis in 1623) vonden op deze dag een afschuwelijke dood, die bekend staat als een van de meest gedenkwaardige moorden in de Nederlandse geschiedenis. 1672. Het Rampjaar.

Raadspensionaris

Johan de Witt was in die tijd al twintig jaar lang Raadspensionaris van Holland, de belangrijkste politiek leider, bijgestaan door zijn broer Cornelis, die onder meer een belangrijke functie bij de marine vervulde maar ook een bestuurder was. Hun vader, Jacob de Witt was een vooraanstaand man in Dordrecht, waar hij vijf keer burgemeester was geweest. Als vertegenwoordiger van de oudste stad van Holland (Dordrecht) zat hij in de Staten van Holland. Samen met vijf andere heren wilde hij, na de vrede van Münster in 1648, het leger afstoten. Stadhouder Willem II wilde hier door middel van een staatsgreep in 1650 een stokje voor steken. Vader Jacob werd met vijf anderen gearresteerd en door de stadhouder in slot Loevestein gevangengezet. Na een kleine maand werden de heren weer vrijgelaten, door toedoen en door de inzet van Johan en Cornelis. De broers kwamen -om het zo maar te noemen- uit een anti-Oranjenest. Een Oranje als stadhouder was voor de familie de Witt om het zacht uit te drukken ongunstig.

Groene Zoodje rood van ‘t bloed

Ik zie de Hofvijver liggen, met daarachter de regeringsgebouwen. Onvoorstelbaar dat nabij deze plek een executieplaats was; het Groene Zoodje, op de hoek van de Lange Vijverberg en Plaats. Mensen zitten gezellig op het terras. Vroeger, tot in de achttiende eeuw duidden de grasplaggen de executieplaats aan. Als er veel bloed gevloeid had, werd er zand over het gras gestrooid om de bloedstromen wat te absorberen. Nu vloeit er geen bloed meer, gelukkig. Wel veel drank. Het Franse stel maakt nog steeds ruzie. Zij probeert het goed te maken, hij houdt zich nukkig afzijdig.

Over de loopbaan van Johan de Witt is veel geschreven. Het is algemeen bekend dat hij werkte met een tomeloze energie. Volgens sommigen was de man zeer intelligent. Nog voor zijn dertigste, in 1653 werd hij raadspensionaris van Holland. De Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) was volop aan de gang. Hij ging met vliegende vaart aan het werk, en ramde een grote marineorganisatie uit de grond. Tevens coördineerde hij de bouw van veel en grote oorlogsschepen. Hij was door zijn functie de meest invloedrijke persoon van het land. Die invloed werd nog groter toen de stadhouder Willem II stierf aan de pokken, in 1650. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk brak aan en duurde van 1650-1672. Ook in de buitenlandse politiek trok Johan de Witt de leidende rol naar zich toe. In alles gesteund door zijn broer Cornelis.

In 1667 sloot Johan de Witt, samen met de regerende regenten het zogeheten Eeuwig Edict. Er werd gezworen dat er nooit meer e

Huis van Johan de Witt aan de Kneuterdijk te Den Haag

Huis van Johan de Witt aan de Kneuterdijk te Den Haag

en stadhouder aan de macht mocht komen in het gewest Holland. In de overige gewesten gold deze regel niet, maar de functie van stadhouder en kapitein-generaal mocht nooit meer door eenzelfde persoon uitgeoefend worden. Inmiddels, zo rond 1672 verzamelden zich overal waar het maar kon vijandelijke troepen (Franse-, Keulse- en Münsterse legers), aan de grenzen, ook de Engelse zeemacht roerde zich, allemaal azende op dat drassige landje aan zee. Steeds meer stemmen gingen op om de 22-jarige prins Willem III van Oranje te benoemen als stadhouder. Hij zou het land wel door deze moeilijke tijden loodsen, net zoals zijn overgrootvader, Willem van Oranje dat had gedaan.

Johan de Witt woonde in Den Haag aan de Kneuterdijk. Het hoekpand staat er nog steeds en ademt, terwijl trams en auto’s voorbij razen, nog steeds een voorname, zeventiende-eeuwse sfeer. Als ik voor de trap sta en naar links kijk, zie ik in de verte de gevangenpoort. Op zijn laatste dag, 20 augustus 1672, snelde hij vanaf zijn woning naar zijn broer Cornelis, die daar gevangen zat. Ongeveer halverwege lag aan de linkerkant het Groene Zoodje, waar hij met zijn broer als lijk naartoe gesleept zou worden, maar dat kon hij niet bevroeden.

Eerste aanslag op Johan

Op 21 juni 1672 werd er een aanslag gepleegd op Johan de Witt door een politiek tegenstander, die een einde wilde maken aan het regentenregime. Johan raakte licht gewond, maar moest wel genezen van zijn verwondingen, waardoor hij gekluisterd was aan zijn ziekbed en niet kon veel uitrichten. De oranje-aanhang in de Staten van Holland zag kans om Willem III van Oranje snel tot stadhouder te benoemen. Toen Johan weer was hersteld vroeg hij zijn ontslag aan als raadspensionaris. Het was inmiddels 4 augustus. Cornelis had het ook moeilijk. Hij werd beschuldigd van het smeden van een moordcomplot tegen de kersverse stadhouder.

Foto van het schilderij van Johan de Witt in het Haags Historisch Museum

Foto van het schilderij van Johan de Witt in het Haags Historisch Museum

Hoewel het een drukke dag is, wandel ik met gemak weer voorbij het beeld naar de gevangenpoort. In 1672 kon de koetsier er niet langs vanwege de woedende menigte die zich voor de poort had verzameld. De plek zag er toen iets anders uit dan nu. De straat langs de Hofvijver en de gevangenpoort was er nog niet. Naast de poort stonden huizen waarin een herberg gevestigd was, zodat de poort de enige doorgang was. In 1672 had deze plek daardoor een iets andere aanblik; het Binnenhof werd letterlijk buitengesloten.

Cornelis de Witt was een van de meest bekende Nederlanders in de zeventiende eeuw. Van de twee broers was hij de meest ijdele. Niet iedere calvinist in de zeventiende eeuw vond dat een goede eigenschap. Bronnen vermeldden wel eens dat de heren als arrogant bekend stonden. Hun vader zou toegankelijker zijn geweest en mensen teruggroeten, terwijl de broers zich volgens de overleveringen neerbuigender gedroegen. Geliefd of niet, onder het bewind van Johan de Witt wist de Republiek de Fransen en de Engelsen buiten de deur te houden.

Vreemde man op bezoek

Bekend of niet, Cornelis werd in de kerker gegooid. In de keldervertrekken van de gevangenpoort werd hij gemarteld om hem te dwingen tot een bekentenis. De beschuldiging was gebaseerd naar aanleiding van een verklaring van ene Willem Tichelaer, die hem in Dordrecht een bezoek had gebracht. Willem Tichelaer, ruziemaker maar werkzaam als barbier-chirurgijn ergens in het land van Putten, waar Cornelis bestuurder van was en hij als voorzitter van de rechtbank Tichelaer had ondervraagd omdat deze betrokken zou zijn geweest bij de ontvoering van een meisje, met wie hij wilde trouwen. Omdat zij weigerde had hij haar met een mes op haar keel onder druk gezet. Het meisje vluchtte naar Dordrecht. De barbier-chirurgijn werd veroordeeld tot het betalen van vijftien gulden boete. Hij bezocht Cornelis om hem te vragen het vonnis in te trekken.

Cornelis de Witt (1623-1672), burgemeester van Dordrecht, ruwaard van Putten; op de achtergrond de Tocht naar Chatam ca. 1669

Cornelis de Witt, door Jan de Baen Dordts Museum

Vervolgens meldde Tichelaer in het legerkamp in Bodegraven dat Cornelis hem een grote som geld aanbood met de opdracht om de Stadhouder Willem III uit de weg te ruimen. Vanuit het legerkamp werd Willem III hierover op de hoogte gesteld. Cornelis, zijn vrouw en het huispersoneel echter, hadden een verhaal dat hier lijnrecht tegenover stond. Cornelis was een moedig man, maar zijn gezondheid liet hem vaak in de steek. Toen Tichelaar hem bezocht, lag hij ziek op bed, en wilde hij liever met rust gelaten worden. Misschien doordat hij te ziek was, of doordat zijn kamer verduisterd was herkende hij de barbier niet. Zijn vrouw daarentegen herkende hem wel. Op haar aandringen maakte Cornelis melding van het bezoek van deze vreemde man bij de stadssecretaris. Alles wijst erop dat de barbier snode plannen had, of handelde in opdracht van mensen die het op Cornelis (of beide broers) hadden gemunt.

Machtsspelletjes van Willem III

In de zeventiende eeuw was de Republiek herhaalde malen in oorlog met Engeland. De oom van de stadhouder Willem III, koning Charles II van Engeland had het op de Republiek gemunt. Via diplomatieke, dikwijls geheime afspraken en oorlogvoering probeerde hij zijn imperium uit te breiden. Stadhouder Willem III wilde meer macht waarbij ook hij slinkse spelletjes niet uit de weg ging. Het land was verdeeld in een aantal kampen, die tegenover elkaar stonden. Een van de vragen luidde of de Republiek (of beter het gewest Holland) nu beter af was met of zonder (een Oranje als) stadhouder? De gebroeders de Witt waren uiteraard tegen een stadhouder voor het gewest, zeker omdat ze niet vergeten waren dat hun vader in Loevestein gevangen had gezeten. Natuurlijk zou Johan als raadspensionaris sterk aan macht inboeten, als er weer een stadhouder werd aangesteld. Tegenstanders van de Ware Vrijheid, zoals men het regentenregime noemde, waren van mening dat Johan de Witt beter van het toneel kon verdwijnen.

Er waren velen die voor een stadhouder waren, voor eigen gewin en invloed. Een van hen was Cornelis Tromp, die hoopte dat de stadhouder hem zou benoemen tot luitenant-admiraal. Had Johan de Witt hem in 1666 niet ontslagen? Admiraal Michiel de Ruyter had een klacht ingediend over zijn onbesuisde gedrag en zijn roekeloze optreden in de Tweedaagse Zeeslag tegen de Engelse vloot op 4 en 5 augustus, waarbij De Ruyter een zware nederlaag leed en ternauwernood aan de dood ontsnapte. Uiteraard vond Tromp de klacht lichtelijk overdreven, maar de raadspensionaris was het met De Ruyter eens. Tromp was eerzuchtig en zon op wraak. Johan de Witt was had zijn hele loopbaan gedwarsboomd.

Abraham Willaerts Cornelis Tromp afgebeeld als Romein (1673) collectie Rijksmuseum (CCSABY)

Abraham Willaerts, Cornelis Tromp op jongere leeftijd afgebeeld als Romein (1673) Collectie Rijksmuseum (CCSABY)

Prins Willem III van Oranje was bij het volk ongekend geliefd. Dit was al zo sinds hij een klein kind was. Zijn opvoeders, moeder en grootmoeder wisten het kleine prinsje goed te presenteren en de publieke opinie te bespelen. De overgrote meerderheid van het volk was voor Oranje net als een aantal notabele heren, zoals eerder genoemde haatdragende Tromp, die samen met enkele vooraanstaande predikanten de mensenmenigte ophitste. Toen het gerucht de ronde deed dat Cornelis de Witt in de gevangenpoort opgesloten zat, omdat hij een aanslag wilde plegen op de prins, verzamelde het volk zich bij de gevangenpoort.

Er stond een eenheid schutters en een aantal ruiters om het volk buiten de gevangenpoort te houden, waarvan sommigen geladen geweren droegen. Volgens ooggetuigenverslagen uit die tijd werd er geroepen dat de Witten dood moesten, waarbij er vervaarlijk met geweren en pistolen gezwaaid werd. Een aantal ruiters zwaaide daarop instemmend met hun hoed. Inmiddels zaten Tromp sinds de vroege ochtend met zijn notabele kompanen in herberg Beuckelaar, dat toen naast de gevangenpoort stond en grensde aan de Hofvijver. Het staat er niet meer. Nu liggen er tramrails. Willem III was ook gesignaleerd, hij arriveerde in een klein onopvallend koetsje, om geen aandacht te trekken.

De beul aan de slag in de martelkamer

Er staat een lange rij voor de kassa van de gevangenpoort. Alleen maar buitenlandse talen hoor ik. Zouden deze mensen allemaal voor de martelkamer van Cornelis de Witt in de rij staan? Als ik langs de smalle trap afdaal naar de kelders besef ik dat ik waarschijnlijk de enige ben die vanwege de moord deze plek bezoek. De rest van de bezoekers is hier vanwege sensatiezucht. Beneden aangekomen beland ik via de vleeskelder in de cipierswoning. Hoorde hij het gekerm van de gemartelde gevangenen als hij in zijn bedje lag? De folder van Museum de Gevangenpoort maakt reclame voor ‘griezelfeestjes’, waarbij kinderen hun verjaarsfeestje kunnen vieren. Wat willen wij kindertjes eigenlijk bijbrengen? In de gang zijn de cellen en martelinstrumenten te zien.

In een van deze vertrekken is Cornelis urenlang gemarteld, zonder dat hij een bekentenis aflegde. ‘Reck mij en scheur mij aen stucken, ghij sult er noyt uyt halen dat er niet in is’. Na ongeveer drieënhalf uur martelen kon Cornelis van de pijn nauwelijks ademen en niet meer lopen. De beul zou nadat hij klaar was geestelijk gebroken zijn en heeft op zijn sterfbed nog een nederige brief geschreven aan de weduwe Maria de Witt-Van Berckel. De brief wordt bewaard in het Nationaal Archief. Ik heb genoeg gezien en klauter weer naar boven, via de garderobe sta ik weer in het felle zonlicht.

Duimschroef (in Museum Gevangenpoort)

Duimschroef (in Museum Gevangenpoort)

In 2013 is er een boek verschenen over de moord op de gebroeders de Witt. De auteur, Ronald Prud’Homme van Reine, doet heel precies uit de doeken wat er minuut na minuut, uur na uur gebeurde in aanloop naar en op 20 augustus 1672. Cornelis waarschuwde zijn broer en liet de cipier aan hem een brief brengen. Volgens een ooggetuige ging de boodschapper, in dit geval een dienstmeid, niet meteen naar het huis aan de Kneuterdijk maar naar herberg Beuckelaar. Tromp en kompanen zullen op basis van de door haar verstrekte informatie snel plannen hebben gesmeed. Veel hoefden ze niet meer te doen. De volksmenigte had zich inmiddels voor de gevangenpoort verzameld. Het was druk. De meid ging vervolgens naar het huis van Johan de Witt. Hij schoot in zijn mantel en omdat hij de menigte zag, besloot hij te voet te gaan, dat was sneller dan met de koets, die zou later moeten volgen. Het was een uur of tien in de ochtend toen hij zijn broer kon begroeten. Wat luidde het vonnis? Wat stond erin? ‘Niets in de werelt’, zou Cornelis amechtig van pijn zijn broer hebben geantwoord.

De broers zagen geen kans meer om de gevangenpoort te verlaten. ‘Waarom niet mannen, want gij weet wel wie ick ben?’, zou Johan onschuldig hebben gevraagd. De schutters bleven de weg versperren. Her en der schreeuwden mensen ‘schiet’, ‘schiet’ en snel gingen de broers weer naar binnen. De deur werd met een smak dichtgegooid. Cornelis ging weer naar bed, om nog uit te rusten van de helse pijnen door de martelingen.

Uiteindelijk trok een deel van de ruiterij zich terug. Iets verder weg, op het Buitenhof (toen was dat nog niet zo open als nu) bleef een formatie ruiters achter. Maar het volk en de schutters gingen niet meteen tot actie over. Doodsbedreigingen en verwensingen roepen is één, maar een raadspensionaris en zijn broer vermoorden is een heel andere stap. Met drank werden de gemoederen door Tromp en consorten wat meer aangewakkerd. Mensen werden opgehitst met schandverzen en leuzen. Tussen drie en vier uur werd er door mannen met zware mokers op de deur van de gevangenpoort gebeukt. De deur begaf het. De broers werden met veel geweld meegesleurd. Cornelis kwam als eerste naar buiten, hoe dat mogelijk was na al die martelingen is een raadsel. Die man had een enorme wilskracht. Geweerkolven stootten en sloegen. Hij struikelde en stortte ter aarde. Door de menigte werd hij onder de voet gelopen. Johan kreeg een slag tegen zijn slaap en nog voordat hij kon ontkomen werd hij omsingeld door een (hoge) officier en door andere mannen. Hij kreeg een pistoolschot in zijn achterhoofd.

Verminkte lichamen en losse lichaamsdelen

Geen commentaar

Geen commentaar

Zoals we weten was de dood van de gebroeders de Witt blijkbaar niet genoeg. De lijken werden geschonden. Alles wat uitstak werd afgesneden en verkocht voor een paar stuivers. Tromp stond erbij en keek ernaar. Hij maande niemand tot kalmte; in tegendeel ‘dat moet er nu soo mede door’. De gruwelen gingen door. Een ooggetuigenverklaring ‘een nog onbeschaemder als andere mijnde [meende] de mannelijkheijdt met sijn tanden af te bijten; doch hetselve te taey sijnde, sneed het af’. Het verslag gaat verder ‘een ander nam het ooch uyt sijn hooft, slorckende hetselve in, vragende luytkeels of hij het wel weeder soude uytkacken konnen’. Iemand anders sneed een stuk uit de heupen met de opmerking dat hij dit met chirurgijn Tichelaer zou braden en opeten. Het ging hier om het lichaam van Cornelis. Dat werd erger verminkt dan dat van Johan. Een man bleef maar op de dode broers inbeuken. Zijn vrouw probeerde hem weg te sleuren, maar hij kon er terwijl hij zich losrukte van zijn echtgenote maar niet mee uitscheiden. Bij beide broers werden de harten uitgesneden. Toen laat in de avond iemand de herberg Beuckelaar binnenkwam, van top tot teen onder het bloed en een militair vroeg hoe dat zo kwam. Ging de man (smid, en degene die met een moker op de deur van de gevangenpoort had gebeukt) weer naar buiten en haalde de twee harten tevoorschijn. Het grootste was van Johan, zo vertelde hij trots.

De Hofvijver ligt aan de rechterkant. Langs de lange laan loop ik naar de overkant en sla rechtsaf. Meteen links bevindt zich het Haags Historisch Museum. Een vrouw verkoopt de kaartjes. De historische sensatiemomenten hebben me huiverig gemaakt en ik hakkel een beetje. ‘Hier liggen toch nog lichaamsdelen van de gebroeders de Witt’, vraag ik, ‘of moet ik dan in een ander museum zijn’? ‘Nee, uiteráááárd liggen die hier’, snibt de vrouw, die wel dronken lijkt. Ik ga naar de zaal, waar net een rondleiding gaande is. Te midden van stadhouders hangt een portret van Johan. Achter een schot liggen in een kastje in een klein kistje de tong van Johan en een vinger van Cornelis. Mijn maag voelt wat wee. Snel keer ik me af. Ik zie een grote rode kist met gaten, waarin kinderen mogen voelen. Ik durf mijn hand er niet in te steken. Snel ga ik naar buiten. De tong was uit Johan gesneden, omdat hij daarmee het Eeuwig Edict gezworen had.

De Nieuwe Kerk te Den Haag

De Nieuwe Kerk te Den Haag

 

De familie van Johan en Cornelis herkenden niet wie wie was, zo erg waren hun dierbaren verminkt. Uiteindelijk waren het de littekens van de aanslagen van 21 juni die duidelijk maakten dat dat dus het lichaam van Johan was, dus moest het andere wel dat van Cornelis zijn. Pas laat in de avond, om een uur of elf, toen het begon te regenen en lijkschenders langzaam maar zeker naar huis gingen, zagen knechts van Johan de Witt kans om de lijken mee te nemen naar de Kneuterdijk. De volgende dag werd in de kerken de moord vergoelijkt omdat het een straf van god zou zijn. Het huis aan de Kneuterdijk stond onder bewaking. De kistenmaker durfde niet te komen. Overdag durfde niemand de begrafenis uit te voeren. Pas in de nacht van 21 op 22 augustus werden de beide broers onder ruiterbewaking bijgezet in het familiegraf. Een week later, toen de wapenborden bij het graf werden geplaatst, werden die door een woedende volksmenigte aan stukken geslagen. Ze wilden zelfs de lijken opgraven, wat maar met moeite verhinderd kon worden.

Laatste rustplaats

Door de winkelende mensenmenigte probeer ik de weg te vinden naar hun laatste rustplaats, de Nieuwe Kerk. Aan het onkruid te zien wordt de kerk niet meer voor diensten gebruikt. Het maakt een nare, troosteloze indruk. Hangjongeren. Vernielingen. Maar mensen met rust gelaten. Ik loop om de kerk heen. Alles potdicht. Ik bel aan, er wordt niet opengedaan. Via archiefstukken die gedigitaliseerd zijn weet ik precies waar het familiegraf ligt. En nu kan ik er niet bij! Een beetje gefrustreerd en verdrietig loop ik bij de kerk vandaan. Als ik naar het station ga, besef ik dat in het gebouw erachter, het Nationaal Archief, heel veel documenten, brieven, edicten van Johan (en van Cornelis) bewaard worden.

De geboortestad. Dordrecht. Hier staat hun geboortehuis. De huidige gevel is een lelijk bouwsel, met hedendaagse kozijntjes. De straat is rustig, met

Geboortehuis van de gebroeders De Witt te Dordt

Geboortehuis van de gebroeders De Witt te Dordt

mooi plaveisel. Huize De Witt heeft niets aan charme of allure, maar wel een gedenksteen waarop staat te lezen dat dit het geboortehuis van Cornelis (15 juni 1623) en Johan (24 september 1625) was. In de vensterbank van een raampje staan letters op een rij: W I T T staan ze. Humor. In Dordrecht staat ook een standbeeld van beide heren. Johan zittend, Cornelis staand. Dat weet ik. Ik heb twee bloemen bij me; één voor Johan, één voor Cornelis. In feite werden ze een beetje opgegeten in de hofstad. Beschaamd over dit voorval, probeer ik  in dit gebied (nu Nederland) voor het laatst voorkwam. Dat moet nog voor de komst van de Romeinen zijn geweest. Hoe beschaafd waren de gewone mensen in de zeventiende eeuw? In Dordt moet ik even de weg zoeken, maar ik kom er wel. Groot is het niet. Wel schilderachtig. Op de Visbrug word ik blij verrast. Ik ben niet de enige. Ik zie mooie bloemen! En zelfs een heus boeket! Blij en gelukkig leg ik tussen de voeten van beide broers mijn witte bloem. Ik gedenk. Ik besta. Op naar de Ware Vrijheid.

1Gebr. de Witt door Romeyn de Hooghe 1 januari 1672 (gevonden op Aad Engelfriet's blog CC-SA-BY)

Gebr. de Witt door Romeyn de Hooghe 1 januari 1672 (gevonden op Aad Engelfriet’s blog CC-SA-BY)

Bronnen: Ronald Prud’Homme van Reine De moordenaars van Jan de Witt. De zwartste bladzijde van de Gouden Eeuw (Arbeiderspers 2013) (de citaten in zeventiende-eeuws Nederland komen uit dit boek).

Filmpje waarin historicus Maarten Prak vertelt over het Rampjaar 1672

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: