Margaretha

Beleg van Antwerpen, Henrik Concience (1845)

Beleg van Antwerpen, Henrik Concience (1845)

Rookpluimen aan de horizon. De vijand heeft verschrikkelijk huisgehouden. Man noch paard bleven gespaard. Alles is aan puin geschoten. Hoe zal het aflopen met deze prachtige stad? Haar stad? Ze moeten vluchten en snel ook want de vijand rukt op. Als de troepen de stad binnenvallen, zullen ze het niet overleven, vanwege hun geloof. Haar geloof. Rotsvast. Kanonnen bulderen. Snel gaan ze verder. Haar vader heeft via een vriend die hij kent uit zijn netwerk een huis weten te regelen in het noorden.

Bovenstaande gebeurt dagelijks, maar dergelijke taferelen speelden zich eeuwen geleden in Vlaanderen af. Het is 1584, of 1585 en Antwerpen

Hertog van Parma door Otto van Veen (1586-1592)

Hertog van Parma door Otto van Veen (1586-1592)

lag onder vuur. Even kort: de stad viel onder protestants bestuur en de Spaanse koning liet het daar niet bij zitten. Op zijn bevel werd de hertog van Parma gestuurd om de stad in te nemen. De hertog was een ijzervreter en nam geen halve maatregelen. Hij liet de stad hermetisch afsluiten, zette vervolgens de voorraden in brand en liet de polders rondom blank zetten. Uitroken en uithongeren was zijn devies. Eenmaal door honger en gebrek uitgeteerd en verzwakt kond de bevolking geen weerstand meer bieden tegen de opmars van de Spaanse troepen. In de Noordelijke Nederlanden werd in deze tijd Willem van Oranje vermoord door Baltasar Gerards. Dat kwam Parma goed uit; het land was te druk bezig met zichzelf om Antwerpen bij te staan. Niet-katholieke Antwerpenaren met geld en een juist netwerk kozen eieren voor hun geld en trokken weg, naar Amsterdam.

In 1585 vertrok ook Margaritha of Margaretha van Valckenburgh met haar ouders, broers en zussen. Op het moment van haar vlucht was zij twintig jaar. Het gezin was niet onbemiddeld. Haar vader was rijk geworden door de handel in zijde en in de protestante stad Amsterdam zette hij zijn handel voort. Doordat vele protestanten uit Antwerpen gevlucht waren en zich in Amsterdam vestigden, bleef het handelsnetwerk bestaan. De meeste kooplieden, net als het gezin van Valckenburgh, waren rijk en bleven rijk. Margaritha was een geschikte huwelijkskandidate en twee jaar later trouwde zij, tweeëntwintig jaar oud, met de iets jongere, eveneens uit Antwerpen afkomstige Marcus de Vogelaer.

Marcus was steenrijk. Zijn ouders trouwden ongeveer in 1550. Zijn vader Justus was door zijn wetenschappelijke verdienste nog door Karel V in de adelstand verheven. Het mocht niet baten, de protestante Marcus moest -adellijk en wel- vluchten voor de Spanjaarden en hij vestigde zich in Amsterdam aan de Barndesteeg. Het pand staat er nog.

Hoekhuis dat de Vogelaer liet verbouwen. Trapportaal is goed te zien (www.RCE.nl).

Hoekhuis dat de Vogelaer liet verbouwen. Trapportaal is goed te zien (www.RCE.nl).

De Vogelaer liet het pand verbouwen, zodat het voldeed aan de eisen van zijn tijd. Hij liet een mooi trapportaal aanleggen. Ooit was in het gebouw een klooster gevestigd, dat al een tijdje was opgeheven. De kloosterlingen hadden de wijk genomen, of waren uitgestorven in de protestante stad. Een andere koopman, ook gevlucht uit Antwerpen, ook protestant, verbouwde een ander deel om er te gaan wonen. Na de voltooiing liet Marcus een gevelsteen met een ooievaar plaatsen, met het verrassende opschrift ‘de Ooyevaar’, waarschijnlijk een verwijzing naar zijn naam.

Margaritha en Marcus hadden een gelukkig huwelijk. Het ging hen voor de wind. De zaken gingen goed; het geld stroomde binnen. Blijkbaar had het protestante paar een goed seksleven: het kroostrijke gezin bestond uit twaalf en sommige bronnen zeggen veertien kinders, tien van hen zouden in leven blijven.

Marcus was actief in de handel, zoals zoveel Amsterdammers, Rotterdammers, Zeeuwen (om maar een paar te noemen). De handelsexpedities werden per schip of per expeditie uitgevoerd. Het risico was groot, omdat veel ondernemingen mislukten. Daarbij kwam dat de steden elkaar beconcurreerden, waardoor de Portugezen sterker werden. Bundeling van kennis en kracht zou een goed initiatief zijn, om de risico’s te spreiden en om verzekerd te zijn van een goede terugkomst en opbrengst van de schepen.

In 1602 faciliteerde de Raadspensionaris Van Oldenbarnevelt om de verschillende handelsmaatschappijen een octrooi te verlenen op de handel met ‘de Oost’. Verschillende steden moesten samenwerken. Zij verenigden hun compagnieën in een grote onderneming, met risicospreiding, waarbij geld kon worden ingelegd en een bestuur werd benoemd. Tevens faciliteerde de staat op het militaire vlak, de onderneming zou zich moeten kunnen verdedigen tegen vijandige schepen, die ook op zoek waren naar handelswaar uit het Verre Oosten.

De banden werden samengesmeed en de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) was op 20 maart 1602 een feit. Middelburg (of liever Zeeland), Rotterdam, Delft, Enkhuizen, Hoorn en Amsterdam waren de steden die vertegenwoordigd waren. Zeventien heren, de Heren XVII vormden het bestuur. Iedereen kon geld inleggen, zoals de dienstmeid van een van de bestuursleden met haar honderd gulden, of rijke kooplieden zoals Marcus de Vogelaer. Hij investeerde 18.000 gulden en dat maakte hem participant (participanten moesten een bedrag inleggen van minimaal 6000 gulden).

Verschenen op de vergadering februari 1603. De naam van Marcus staat onder de Kamer van Amsterdam (eerste tekstblok), zesde van boven.

Verschenen op de vergadering februari 1603. De naam van Marcus staat onder de Kamer van Amsterdam (eerste tekstblok), zesde naam van boven.

In de huidige geschiedschrijving wordt de V.O.C. naar mijn idee wat overgewaardeerd. De V.O.C. was een van de vele maatschappijen, maar omdat zij het monopolie had over de handel in het Verre Oosten, en er allerlei exotische producten met enorm grote schepen werden binnengevaren lijkt het de meest belangrijke maatschappij. Omdat het archief van de V.O.C. nagenoeg helemaal bewaard is gebleven, spreekt deze handelscompagnie velen tot de verbeelding. Over het reilen en zeilen van deze compagnie is hierdoor het meeste bekend.

Wie de participanten bestudeert, komt erachter dat bijna iedereen de V.O.C. er ‘gewoon een beetje bij’ deed. De inleg, en wat er uiteraard uit voortvloeide, was niet het belangrijkste inkomen van een participantengezin. Velen hadden handelsconnecties met andere landen zoals Rusland, het Baltische gebied, Scandinavië, Oost-Europa en gebieden die nu onder Duitsland vallen. In de handel met deze gebieden werd eveneens grof geld verdiend. Nauwkeurige cijfers zijn niet bekend, maar vakhistorici spreken wel over ‘moedernegotie’ die de basis vormde voor de economie in de zeventiende eeuw. Marcus werd rijk door en dankzij deze moedernegotie; ook bij hem was de V.O.C. een van de vele pijlers, een niet onbelangrijke, maar zeker niet de enige pijler waarop zijn handelshuis floreerde.

In 1602 hadden 1143 personen (van dienstmeid tot koopman) tezamen meer dan zes miljoen gulden bijeengebracht. Het laagste bedrag bedroeg vijftig gulden, het hoogste was 85.000 gulden. Van de meer dan duizend Amsterdammers kwamen er 301 uit de Zuidelijke Nederlanden. Er waren 39 Duitsers vertegenwoordigd (althans, zij kwamen uit het gebied dat nu Duitsland genoemd wordt). Meer dan tachtig leden legden per persoon 10.000 gulden in. Het handelsfeest kon beginnen. Voor de bewindhebbers brak een geweldige tijd aan. De aandelenhandel kwam op gang. Naarmate de tijd vorderde, namen de klachten toe. Waar bleven die gouden bergen die waren beloofd? In 1623 was de situatie onhoudbaar en men besloot (onder politieke druk) de organisatie transparanter te maken. Vanaf toen mochten participanten aanschuiven en kregen zij meer controle en zeggenschap over de uitkering van de winsten.

Inmiddels had het gezin de Vogelaer een groot verlies te verduren gekregen. In 1610 overleed Marcus, 44 jaren oud, zijn vrouw met een schare kindertjes achterlatend. Hij werd op 23 juni begraven in de Oude Kerk in het Hoge Koor, graf Y27. Hij liet een zeer groot fortuin na. Dit is het tijdstip waarop Margretha op de voorgrond trad. Omdat haar kinderen te jong waren om de vele tonnen geld en de handelsconnecties te beheren, pakte zij de draad op en zette de koopvaardij van haar man voort. In de nalatenschap van haar man zat ook het V.O.C.-aandeel van 18.000 gulden. In een klap werd zij dus participant in dit mannenbolwerk. Tussen 1610 en 1612 stak ze nogmaals geld in de compagnie, 20.000 gulden welteverstaan, wat haar tot een van de belangrijkste participanten maakte. Kon ze gelijk aanschuiven bij de V.O.C.-heren. Protestant, man, in een tijd dat vrouwen werden beschouwd als tweederangs burger, handelingsonbekwaam. Hoe zouden zij op haar gereageerd hebben? Hoe zou zij zich gevoeld hebben? In ieder geval liet Margretha zich niet uit het veld slaan, zo laat de geschiedenis aan ons weten. Wat betreft religie zat ze goed. Katholieken en Joden mochten niet aanschuiven, maar zij was protestants.

Ik graaf in de gedigitaliseerde archieven van de V.O.C. Het inventarisnummer van de kapitaalinschrijvingen – de jaren 1610, 1611, 1612. Aan het eerste inventarisnummer hangen honderden jpeg-bestanden, aan het tweede en derde ook. Openen. Vergroten. Kijken. Oud schrift. Paleografie – even dwalen mijn gedachten af naar de strenge en lieve docente: ‘póten tellen!’ Ik léés. Ik begrijp! Ik vind niet. Maar wat is dit spannend. Jpeg na jpeg open ik bestandje na bestandje. Geen Margretha. Zoek ik verkeerd of zijn ‘haar’ jpegs nog niet gekoppeld aan het inventarisnummer? Nog weer 160 scans open klikken, een voor een. En weer sluiten, een voor een. Nee, weer niet. Mooi. Gotisch Cursief. Klerkenhandschirft. Nog 159 jpegs te gaan. Van Margretha geen spoor. Van Marcus ook niet trouwens. Van hen is overigens ook geen portret aan ons overgeleverd. Ik wijt dat aan de tijd, van waaruit niet alles bewaard blijft en niet aan het feit dat Margretha ‘slechts’ vrouw was.

Ze stond er alleen voor. Een zielige weduwe was zij echter niet. Zij onderhield haar handelsnetwerk zorgvuldig, en stond op zeer goede voet met de Russische tsaar. Het was Margretha die een van zijn oorlogen tegen Zweden financierde. Het was Margretha die de volledige teerproduktie pachtte bij de tsaar. Het valt niet te achterhalen hoe men tegen haar aan keek. Het steeds strenger wordende stadsbestuur zag met lede ogen aan dat het in Amsterdam steeds feestelijker werd. Amsterdam was door de handelsondernemingen een van de rijkste steden ter wereld. Het leven werd steeds luxueuzer. Wie het maar kon betalen schafte zich een koetsje of een karos met paarden aan. Wat de verkeersdrukte ernstig deed toenemen. In 1634 kondigde het protestante stadsbestuur een verbod af om met koets of karos door de stad te rijden. De reden was omdat het aantal ongelukken onrustbarend was toegenomen. Wie het verbod negeerde kon een boete krijgen van vijftig gulden.

Op hoge poten schreef Margretha van Valckenburg een brief, met het vriendelijke doch dringende verzoek dat zij wel met haar koetsje wilde blijven rijden. Want zij had al een hoge leeftijd, en was niet meer zo goed ter been. En bovendien, zij was toch belangrijk genoeg -vond zijzelf-, zij was het immers die geïnvesteerd had in de V.O.C. en de W.I.C. (West-Indische Compagnie)? Haar verzoek werd geweigerd. Of zij zich er iets van aangetrokken heeft valt te betwijfelen. Vijftig gulden. De vrouw had in 1631 een vet fortuin van dik drie ton op haar naam staan.

Al haar kinderen kwamen goed terecht en trouwden met een goede partij, wat haar netwerk nog meer ten goede kwam. Liefde speelde in het leven van toen een andere rol. Toen een van haar dochters (Isabelle) in 1623 trouwde kreeg ze het weer aan de stok met de bestuurderen. Ditmaal met de Kerkenraad. Want… ho, deksels, heus er werd op het feest … goddeloos gedanst! Margretha probeerde de kwestie wat te sussen. ‘Iedereen is toch jong geweest? De jeugd springt en hopt nou eenmaal graag rond. En het was toch féést’, zo probeerde zij. Maar zo gemakkelijk kwam zij er niet af. Voor de voltallige Kerkenraad -allemaal mannen- moest zij officieel haar excuses aanbieden. De hele kwestie liep gelukkig met een sisser af.

Margretha van Valckenburch stierf 84 jaar oud, puissant rijk op 16 juli 1650. Zij werd eveneens begraven in de Oude Kerk, op 20 juli. Haar vermogen was flink uitgedijd en bestond uit miljoenen gulden. Tien kinderen, en honderden kleinkinderen kregen ieder hun deel, waardoor het fortuin versnipperde. Ik hoop dat zij ervan genoten hebben, en het hebben verbrast aan luxeartikelen, koetsen, paarden, danspartijen en knalfeesten waarbij de muziek uit de vensters schetterde en schalde. Op de website van de Oude Kerk kan ik haar graf niet vinden.

Foto van wikipedia is rechtenvrij en gemaakt door Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA), Attribution, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3782388

Foto van wikipedia is rechtenvrij en gemaakt door Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA). Wikimedia the commons

Ik loop door Amsterdam. Dronken Britjes botsten en hotsten. Het huis aan de Barndesteeg staat er nog. Een groepje Ieren begeeft zich schreeuwend op kroegentocht. De gevelsteen waarmee haar man het huis ooit tooide, is niet te zien maar zit stevig ingemetseld onder het orgel van de Oud-Katholieke kerk. Laat het hen maar niet horen. Verder is er -los van de archieven- van zowel Marcus als van Margretha geen enkel spoor te vinden. Wandelend ga ik verder. Soms word ik onderzoekend aangekeken. Nee, ik dien uw seksueel gerief niet. In deze Amsterdamse buurt zijn vrouwen het middelpunt, helaas niet als gelijkwaardige handelspartner, maar als handelsproduct staan vrouwen hier te kijk. Margretha zou zich in haar graf omdraaien als zij dit zag. ‘Wat is Amsterdam eigenlijk een akelige stad’, denk ik. Mensen zouden de Wallen moeten bezoeken vanwege deze pionierende zakenvrouw.

Bronnen:

Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon (2016)

‘Powervrouw in de Gouden Eeuw’ Wijzer Rabobank Private Banking (medio 2016) 74-76

Nationaal Archief http://www.gahetna.nl <HTML> V.O.C.-inventaris

http://www.genealogie.nl

De Groene Amsterdammer http://www.degroene.nl (historisch archief) 1 maart 1891 blz 4 en 31 mei 1891 blz. 4

Margretha van Valckenburch heb ik niet kunnen vinden in ‘1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis’.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: