Eva

VOC-logo

Het treintje boemelt voort. ‘Wat is het hier troosteloos’, denk ik. Alles is gehuld in een wittige miezer. Het landschap is volgekegd en afgehekt met beton en asfalt. Mist overal. Kou tot in de botten. Slechtgeluimde mensen met grimassen op hun smoelwerk stappen in. Is hier geen vriendelijkheid? Zouden die mensen altijd zo zijn? Het treintje hobbelt langs lelijkheid. Zaanstad. Zaandam. Iets koogigs aan de Zaan. Een enkele wiek nog, de sloop overleefd, hoog wijzend – het is windstil. Nog steeds mist. Ik probeer me te midden van de hufterigheid te concentreren en overdenk mijn korte zoektocht, over Eva en haar trieste leven. Alleen vanwege haar ben ik hier.Haar vader was Claes Cornelis Ment, geboren in ongeveer 1561 en overleden voor 1627. Haar moeder heette Sofia Benningh. Eva werd geboren op 1 januari 1606, en was waarschijnlijk de jongste van minstens negen kinderen. Gedoopt in de Oude Kerk te Amsterdam. Het gezin Ment was redelijk rijk en woonde in Amsterdam waar vader Claes bierbrouwer en lakenhandelaar was. Hij was werkzaam in de brouwerij ‘De Witte Arend’ aan de Nieuwezijds Houttuinen. De brouwerij was in handen van Pieter Dircksz. Hasselaar, die meer brouwerijen in bezit had. Hasselaar en zijn medewerkers brouwden bier volgens een geheim recept, waardoor het langer goed bleef dan het gangbare bier. Het bier van Hasselaar was zo goed, dat hij hiermee zaken mocht doen met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.), die vier jaar voor de geboorte van Eva was opgericht. We zitten in de zeventiende eeuw. Pieter Hasselaar was zwager van Sofia Benning en via haar zal Claes wel een betrekking als brouwer gekregen hebben. Het netwerk van Hasselaar was groot. Hij was betrokken bij de handel en wandel van de Compagnie van Verre en bij de oprichting van de V.O.C. legde hij geld in.

Nu worden de lijntjes kort, met dat grote netwerk van Hasselaar. Hij kende veel mensen die werkten bij de V.O.C. Hasselaar, zwager van Sofia en  Sofia, moeder van Eva, Hasselaar werkgever van Claes, de vader van Eva. Iemand die Hasselaar ook goed kende was Jan Pieterszoon Coen. Ambitieus, en er op uit om keihard carrière te maken; bij de V.O.C. Hij wilde rijk worden, aanzien krijgen. We mogen aannemen dat Eva en Coen elkaar via deze kring zijn tegengekomen. Aan de naam Coen kleeft bloed. Desondanks hebben we een Coentunnel en een Coenbeeld in Hoorn, waar hij werd geboren. Tot mijn verbazing bestaat er een J.P.Coenschool in Amsterdam.

V.O.C.-kanon. Handel ging gepaard met oorlog. Tentoongesteld in het Westfries Museum.

V.O.C.-kanon. Handel ging gepaard met oorlog. Tentoongesteld in het Westfries Museum.

Toen Eva en Coen elkaar ontmoetten, was hij net terug uit Batavia. Hij had er een snelle, ambitieuze loopbaan opzitten; had een beter handelsnetwerk op poten gezet (alleenrecht op nootmuscaat), en had het geschopt tot Gouverneur Generaal (1619-1623, waar hij het wist klaar te spelen om Jacatra van de Engelsen in te pikken, die het ook niet vredelievend in handen hadden gekregen). Zijn werkzaamheden in de Oost gingen in zijn naam gepaard met vreselijke misdaden tegen de mensheid, waar niemand een traan om liet. Coen al helemaal niet. Hij wilde zijn doel het snelst bereiken, en paste daarbij het liefste grof geweld toe. Hij is bewonderd omdat hij direct was en niet bang om zijn meerderen tegen te spreken. Oh wat een held, hoor. In feite kwam het erop neer dat Coen nergens en van niemand tegenstand duldde. Gebeurde dit wel, dan bulderden zijn kanonnen erop los. Leverde een volk liever geen nootmuskaat aan de V.O.C? Dan kwam hen dit duur te staan, die Bandanezen, om maar een van de vele trieste voorbeelden te noemen; Coen moordde het hele eiland leeg. Er bleef geen Bandanees meer over. Maar de handel was veilig. In de archieven van de V.O.C. is te zien dat hij in zijn brieven verzocht om kanonnen, salpeter, lont, buskruit, stenen (voor de forten). Handel op basis van oorlog. Terug in het vaderland in 1623, was het bestuur van de V.O.C., de heren XVII, dik tevreden. Het ging goed met de handel. De winsten waren hoog. Aan de aandeelhouders kon dividend uitgekeerd worden. Goed gedaan, vonden zij en hij kreeg alle lof, een dikke geldbuidel en een hoge functie als bewindhebber in het VOC-kantoor (kamer) van Hoorn, zijn geboorteplaats.

Thuis aangekomen ging hij op zoek naar een bruid. Die vond hij in Eva, 19 jaar. Haar portret hangt in het Westfries Museum. Ik zie een voor die tijd mooie jonge vrouw. Gekleed in overdaad. Mooie smetteloos witte kraag, volgens de mode van die tijd. Haar haar is strak naar achteren gekapt. Volle wangen, maar niet dik. Frisse huid. Zie ik iets van wilskracht? Zelfbewustzijn? Hij, zesendertig jaar, bijna twee maal zo oud, kon haar vader zijn. Het portret hangt ernaast. Onooglijk lelijk, deze man. Ze trouwden, desondanks, in het stadhuis van Amsterdam. Uiterlijk en liefde telden niet, rijkdom en status wel. Het paar heeft kort in de Warmoesstraat gewoond, totdat de tweede ambtsperiode van Coen aanbrak.

Eva Ment, ongeveer 25 jaar oud, schilderij in het Westfries Museum, geschilderd oor Jacob Wabbe.

Eva Ment, ongeveer 25 jaar oud, schilderij in het Westfries Museum, geschilderd door Jacob Wabbe.

Het werd nog spannend. Bijna kon het paar niet vertrekken. De Engelsen zagen in Coen een geduchte tegenstander. Zij zetten alles op alles om het schip waarmee hij reisde te dwarsbomen. In een van de vele oorlogen die in Oost-Indië woedden tussen de Europeanen, werd een twintigtal Engelsen geëxecuteerd, nadat aan het licht was gekomen dat ze het V.O.C.-fort in Batavia wilden bezetten. Coen was toen dit gebeurde al op zee – op weg naar huis, maar de Engelsen rekenden hem dit incident aan. Volgens de overleveringen zou het voor een flinke rel hebben gezorgd tussen Engeland en Nederland.

Het schip Galias (of Galjas, Galiasse) lag klaar. Gebouwd op de V.O.C.-werf in Hoorn raakte het ingevroren in Wieringen. Voor het vertrek was een deel van het voedsel al goeddeels bedorven. In maart 1627 vertrokken Eva en Jan P. Coen, hun dochtertje Geertruit, haar moeder, een van haar zusters (Lysbeth) en een van haar broers (Gerrit). Schipper Palsrok aan het roer. De Galiasse is een der schepen van een nieuwe vloot op handelsmissie naar Indië. Omdat de Engelsen nog boos waren, besloot het gezin Coen anoniem aan boord te gaan. Ze gingen een barre boottocht tegemoet, weinig voedsel en ze moesten zich gedeisd houden. In april wist iedereen het; een van de opvarenden was Jan Pieterszoon Coen, mét familie van zijn vrouw en gezin. De Engelsen kwamen het ook te weten, maar uiteindelijk arriveerden ze een half jaar laten in Batavia (het huidige Jakarta). De stad was tot groot genoegen van Coen gegroeid.

Als echtgenote van had Eva een goede invloedrijke positie in Azië. Of ze er veel van genoot weten we niet. Kort na aankomst verloor ze haar broer. Even later kwam ze te weten dat haar moeder in Nederland was overleden. Tot overmaat van ramp stierf haar dochtertje. Het doel van Coen was om veel vrouwen naar Indië te laten overkomen en zodoende en kolonie te stichten met een grote Nederlandse gemeenschap. Met de vele sterfgevallen ging dat nogal moeizaam.

Het lijkt erop dat Eva door haar man werd gebruikt in zijn machtsspel in Azië. Hij had haar een functie toebedacht om de opvoeding van meisjes van inlandse moeders en Europese vaders op zich te nemen.  Eva nam hen op in haar huishouden, waar het er soms in de ogen van Coen te vrij aan toe ging.

Eva en Coen naast elkaar in het Westfries Museum

Eva en Coen naast elkaar in het Westfries Museum

Een en ander kwam in een stroomversnelling door de kwestie Sara Specx. Zij was een dochter van Jacques Specx en zijn Japanse concubine, die allang van het toneel was verdwenen. Jacques was op weg naar Amsterdam om verslag uit te brengen aan de heren XVII. Hij moest op het matje komen. De heren XVII vertrouwden deze uit de Spaanse Nederlanden afkomstige man niet. Ze vermoedden dat hij fraudeerde met de boekhouding om zijn eigen zakken te vullen, en niet die van de V.O.C. Jacques liet zijn dochtertje achter onder de hoede van Eva, die al meer dochters en zonen onder haar hoede had.

Sara werd samen met Pieter Cortenhoeff aangetroffen in de tuin van het paleis van J.P.Coen. In de bronnen staat ‘tijdens het beoefenen van het liefdesspel’. Ik kan mij er niets bij voorstellen, -‘t kind was twaalf- maar goed. Coen was in zijn wiek geschoten en beschouwde het feit dat de jong geliefden ‘het’ in zíjn tuin deden als majesteitsschennis. Vreemd, als we bedenken dat hij geboren en getogen was in de Republiek, dat wat Nederland toen was, zonder koning, zonder keizer. Was de V.O.C. macht hem naar het hoofd gestegen? De rechters oordeelden: Sara werd gegeseld en Pieter onthoofd. De hele zaak is nogal omstreden. De rechters werden zelfs door het V.O.C.-bestuur officieel berispt. Dit voorval heeft de reputatie van Eva niet aangetast. Het leek alsof het haar niet al te zeer aangreep. Maar zoals wel vaker, gaat de geschiedschrijving niet over Eva. We moeten het hebben van indirecte verwijzingen.

Intussen begonnen de oorlogshandelingen weer en werd de stad Batavia belegerd. De V.O.C. bood de vrouwen (echtgenotes van) mogelijkheid om bij dergelijke onheilstijdingen terug te varen naar de Republiek. Eva koos ervoor om te blijven en koos voor haar man. Aan hem had ze trouw beloofd op de huwelijksdag en ook in Indië bleef ze aan zijn zijde. Klein detail: ze was weer zwanger. Inmiddels stond ze bekend als een dame met goede manieren, eerlijk en discreet in de omgang. Ze werd volgens de overleveringen door iedereen gerespecteerd. Toen haar man in 1629 stierf aan buikgriep, was er niets meer wat haar bond. Vanwege haar onberispelijke gedrag kreeg zij het aanbod om te blijven. Desondanks vertrok zij kort daarop met de eerste de beste retourvloot naar Amsterdam, waar ze in december 1629 aankwam. Haar pasgeboren dochtertje stierf onderweg.

Model van een VOC schip zoals die in Hoorn gebouwd werden om producten uit Indië te halen. Te zien in Westfries Museum.

Model van een VOC schip zoals die in Hoorn gebouwd werden om producten uit Indië te halen. Te zien in Westfries Museum.

Twee jaar later hertrouwde Eva met Marinus Louwissen van Bergen. Marinus had ook in Indië gezeten en goed geld verdiend. Hij was overigens met dezelfde retourvloot als Eva teruggekeerd. Was er liefde in het spel? Berekening? Eva en Coen hadden geen nakomelingen, die waren gestorven. Van deze man kreeg zij vier zoons en een dochtertje. Eenmaal weer wonend in Amsterdam zat zij niet stil. Ze ging samen met de kinderen van haar vroegere schoonzus de juridische strijd aan met de V.O.C. omdat zij meenden recht te hebben op het tractement van Coen. Dat wil zeggen, Coen was in dienst bij de V.O.C. en kreeg daar een (riant) jaarsalaris. Eva en de kinderen van Coen’s zuster meenden recht te hebben op dat geld. Was dit mondigheid? Geldbelust? Kón zij als weduwe in de vrouw-onvriendelijke maatschappij van de zeventiende eeuw niet anders? Hebzucht?

Na het overlijden van haar tweede echtgenoot trouwde Eva voor de derde maal een goede partij. In de zeventiende eeuw hoefde je niet mooi te zijn om te trouwen, wel rijk. Haar bruidegom was Isaac Buys, een advocaat die woonde aan het Singel, in Amsterdam. Door de bronnen te raadplegen krijg ik het idee dat er wederom geen sprake was van liefde. Bij haar tweede huwelijk met Marinus, was de vader van Isaac getuige. Isaac Buys was ook betrokken bij het proces over het fortuin van Coen. Geldbelust dan toch? Eva heeft de uitspraak nooit meegemaakt. Ze stierf in 1652 en werd begraven in de Westerkerk te Amsterdam. Er was nog een kind van haar in leven.

In het museum bekijk ik haar portret, dat ongeveer in 1631 is geschilderd. Ze was toen dus rond de 25 jaar oud. Ze had zonder dat iemand het wist de helft van haar leven erop zitten. Een snelle rekensom: ze werd 46 jaar oud. Roerig leven. Van al haar kinderen heeft een de volwassen leeftijd bereikt. Twee keer werd zij weduwe, overleefde een beleg in Batavia en twee gevaarlijke scheepsreizen. Waren alle levens roerig in de V.O.C.-tijd? Roeriger dan onze levens? Het hare wel. Een gevoel van schaamte bekruipt me als ik de vaste opstelling van de V.O.C. in het museum bekijk. De V.O.C. heeft het stadje Hoorn rijk gemaakt, de met goud versierde geveltjes rond het idyllische pleintje zijn te danken aan de V.O.C. In Hoorn was een V.O.C.-kantoor gevestigd en had een afgevaardigde in het bestuur, de Heren XVII. Hoorn had veel te danken aan deze compagnie. In de tentoonstelling van het museum vind ik weinig terug van het geweld dat Coen toepaste.

Eenmaal buiten sta ik op het plein met het beeld van Coen pontificaal voor mijn neus. Op de sokkel van de tekst over wie hij was en wat hij deed. Niets over Eva. De kritische zin over de genocide die hij gepleegd heeft, is doorgekrast. Verontwaardigd ga ik terug naar het station. Weg hier. Misschien kan ik het boemeltje nog nét halen. Aangekomen op het perron staat een groepje half-dronken, doorgeslagen pubers. Ik slaak een zucht. Ineens voel ik me moe. Bij het instappen krijg oogcontact met een meisje. Ze glimlacht naar me.

Bronnen:

Kloek, E. 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (Nijmegen, 2013); http://www.vocsite.nl <HTML>2016; Maandblad voor de kennis van Amsterdam jaargang 1989-1 (55-57); http://www.gahetna.nl <HTML>2016; wikipedia voor de jaartallen mbt. Coen en het VOC-logo.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: