Oudste stad van België

Deel van beeldengroep in het centrum van Tongeren (c) OAMG

Deel van beeldengroep in het centrum van Tongeren

Een tijdje geleden ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Ik kreeg de kans om naar Tongeren te gaan, en het Gallo-Romeins Museum te bezoeken. Momenteel loopt daar de tentoonstelling Gladiatoren, helden van het Colosseum; een waar spektakel. Tongeren heeft veel open eindjes; er staat nog een derde deel van de oude Romeinse stadsmuur overeind, ergens borrelt een verborgen bron, en een inwoner ervan werd beroemd in Rome.Op het station zet de trein zich in beweging. Ik ga een korte reis tegemoet, naar Vlaams-Limburg. Waarom heb ik me niet eerder in dit avontuur gestort? Zeker omdat het té dichtbij is? In België sluiten de treinverbindingen goed op elkaar aan. De treinstellen zijn oud, maar ze rijden probleemloos. Door het treinmaterieel en het landschap van Vlaams-Limburg kom ik in de vakantiesfeer. In Tongeren stap ik uit. Omdat het maar een klein stadje is, is alles op loopafstand; hotel, natuur, geschiedenis en Romeinen. Dat is mooi.

Zoals wel meer steden in Noordwest-Europa, dankt ook Tongeren haar bestaan aan de Romeinen. Voordat de stad hier werd gesticht, werd het gebied bewoond door de Eburonen. In het jaar 57 voor Chr. begonnen de Romeinen onder leiding van Julius Caesar met hun veroveringstochten in deze streek. Een paar jaar later, in 54 voor Chr. kwam het tot een veldslag met de Eburonen, onder leiding van Ambiorix.

Beeld van Ambiorix uit de 19e eeuw.

Fantasie-weergave uit de 19e eeuw van Ambiorix

De Romeinse cohorten werden onder leiding van Ambiorix in een hinderlaag gelokt en 9000 legionairs kwamen daarbij om het leven. Als wraak slachtten de Romeinen iedere niet-Romein af. Van de Eburoonse bevolking was in deze omgeving bijna niemand nog in leven. Ambiorix was nergens te bekennen. Waar was hij gebleven? De rivier over gevlucht? Gooide hij het op een akkoordje met de Romeinen? Dat wordt niet vermeld bij het metershoge standbeeld dat het stadscentrum siert. Wat moet het er leeg zijn geweest, nadat de Romeinen hadden huisgehouden. Na de slachting mochten zich hier met hun toestemming de Tungri vestigen.

Op de plek waar nu het stadje Tongeren ligt, werd een Romeins fort gebouwd. Al snel ontstond nabij het fort een vicus die onder keizer Traianus (98-117) uitgroeide tot een grote nederzetting. Tongeren werd de hoofdstad van de civitas, en kreeg de status municipium. De stad was tevens een garnizoensplaats. Er werd handel gedreven. Tempels werden gebouwd, en een badhuis,

Gallo-Romeinse armbanden te zien in het Gallo-Romeins Museum (c) OAMG

Gallo-Romeinse armbanden te zien in het Gallo-Romeins Museum

woningen van ambachtslieden, kroegbazen en bakkers. In het fort verbleven de soldaten, in de stenen gebouwen huisden de officieren, waar ze ook hun hoofdkantoor hadden. Het was een komen en gaan van karren, wagens, schepen. De stad kwam in de eerste eeuw na Chr. tot grote bloei. Goederen, potten van het prachtige terra sigillata werden aangevoerd, glaswerk, juwelen, wapens, dakpannen, plavuizen en tegels werden vervaardigd. In Tongeren was het een drukte van belang. Voor de soldaten in het fort werden rantsoenen geleverd, vlees, graan en peulvruchten, en amforen wijn. Volgens de theorieën heeft er ergens een amfitheater gelegen waar soldaten en officieren, burgers en ambachtslui, mannen en vrouwen, Romeinen en Tungri konden genieten van gladiatorenspektakels. Van een amfitheater is echter nog geen spoor gevonden.

Graf uit de late Gallo-Romeinse tijd in het GRM

Graf uit de late Gallo-Romeinse tijd in het GRM

In het Gallo-Romeins Museum wordt deze kloof tot april 2016 opgevuld. Dan is er de tentoonstelling te zien over Gladiatoren, Helden van het Colosseum. De vaste collectie is een sensatie, door de opstelling maar ook door de objecten. Zo is er prachtig glanzend goud te bewonderen, een Eburonenschat en mooie sieraden. Heel mooi getoond zijn de verschillende graven die gevonden zijn. Het ritueel om de doden te begraven is in de loop der tijd gewijzigd. In de Romeinse tijd, de eerste eeuw, werden ze hoofdzakelijk gecremeerd. De asresten werden in een urn gestopt, die vervolgens werd ingegraven in een kuil, samen met geschenken of bezittingen en sieraden van de overledene. Langzaam maar zeker veranderde dat. Naast crematiegraven zien we dat de doden ter aarde werden besteld, zonder crematie, met grafgiften. Aan de grafgiften is te achterhalen of de dode rijk was of niet. Naar verloop van tijd, misschien onder de invloed van het christendom werden er minder grafgiften meegegeven. In het museum kun je tussen de graven wandelen, de plek waar het skelet lag is aangegeven met witte lijnen. Vanaf de ondergrondse verdiepingen tot boven de grond maakt de bezoeker een reis door de tijd, die begint in het meest onbekende, duistere verleden, zo’n 500.000 jaar geleden, helemaal beneden. We maken kennis met Neanderthalers, mensen uit de steentijd, de ijzertijd om vervolgens met een sprong in de Oudheid te belanden. Met zijn veroveringen sleurde Julius Caesar de mensen die hier woonden, vanuit de prehistorie de Oudheid in.

Wat wil deze gladiator afhakken? (c) OAMG

Wat wil deze gladiator afhakken?

Gladiatoren. Eigenlijk vind ik ze huiveringwekkend. Ik gruwel een beetje van die wreedheid. Vergoelijkende opmerkingen ‘ach wij kijken naar spannende televisie’, vind ik ook irritant. Ik weet het niet met die gladiatoren. Een standpunt erover kan ik niet innemen, veroordelen kan ik het niet (‘k ben historica, geen rechter), en dat maakt het nog ingewikkelder. Met knikkende knieën loop ik de tentoonstelling door. Op genuanceerde manier worden de verschillende fasen en soorten spelen uitgelegd. Ik val van de ene verbazing in de andere. Aanvankelijk was er niet eens een vast amfitheater; het eerste stenen theater staat in Pompeï en dateert van rond 70 v. Chr. In 80 n. Chr. werd het Colosseum in Rome in gebruik genomen. De gladiatoren vochten elkaar niet altijd dood. Gladiatoren konden roem vergaren, en rijkdom. Gladiatoren aten nagenoeg vegetarisch. Allemaal feiten waar ik me niet zo bewust van was. Mijn beeld verandert nu ik hier loop; in plaats van de monsterlijke vechtmachines zie ik mensen voor me, sterren van het theater, sporters.

In de tentoonstelling staat een replica van een asurn van marmer met grafschrift. Dankzij deze kopie uit de zestiende eeuw kunnen we kennis maken met Marcus Ulpius Felix uit Tongeren. Of hij uit eigen beweging naar Rome is vertrokken, of als slaaf moest vechten, weten we niet. Toen hij stierf was hij een gladiator met pensioen, 45 jaar (oud voor een gladiator) en zijn lieve vrouw had de asurn in marmer laten maken. Marcus Ulpius was een Murmillo, een vechter met schild, kort zwaard en ingepakte arm. Murmillo was een geliefd soort gladiator. Marcus Ulpius was Romeins staatsburger. Zijn zoon droeg een Romeinse naam. Een mooie asurn van marmer was duur. Zijn familie had dus veel geld. Omdat Marcus Ulpius als veteraan is gestorven, kunnen we ervan uitgaan dat hij aan een natuurlijke dood, dus niet tijdens een gevecht, is overleden.

Twee gladiatoren in gevecht (c) OAMG

Twee gladiatoren in gevecht.

Het leven van een gladiator, de opleiding en ongeveer twee keer per jaar een wedstrijd, was hard, maar goed, zo wekt men de indruk bij de tentoonstelling. Ik vind het maar moeilijk te geloven. Wie wil zich toch vrijwillig laten doodvechten? Het einde van de tentoonstelling is een spektakel, waar je je waant in de Romeinse tijd, te midden van gladiatoren, van het gevecht! Eerlijk is eerlijk: het maakte een enorme indruk op me.

Buiten! (want in het Gallo-Romeins Museum vergeet je de tijd) Ik loop zoveel mogelijk langs de Romeinse stadsmuur waarvan nog eenderde overeind staat. De inwoners van Atuatuca Tungrorum woonden ruim, tussen de muur en de nederzetting was veel open gebied. Archeologen hebben een Gallo-Romeinse tempel blootgelegd, die is gereconstrueerd. Doordat het helemaal in wit materiaal is opgetrokken, krijgt het gebouw iets magisch. Zouden de mensen van Atuatuca Tungrorum diezelfde sensatie gevoeld hebben? Ik volg de muur verder en geniet van het prachtige landschap. Dan stuit ik op een steen:

Of deze bron dezelfde is die Plinius noemt, is nog maar de vraag. (c) OAMG

Of deze bron dezelfde is die Plinius noemt, is nog maar de vraag.

‘In het land van de Tungri, in Gallië, ligt een heel bijzondere bron. Deze bruist door heel vele luchtbellen en heeft een ijzerhoudende smaak die je proeft bij het drinken. Het water zuivert het lichaam, heelt driedaagse koorts en laat nierstenen en andere stenen uit het lichaam verdwijnen. Wanneer het verhit wordt, wordt het eerst troebel waarna het rood kleurt’, schreef Plinius de Oudere rond 77-79 na Chr, in zijn werk Naturalis Historia, boek 31, hoofdstuk 12. Er borrelt water op uit de grond, het ziet er helder uit. Is dit dezelfde bron waarover Plinius schreef? De Spa-fabriek vindt van niet, uiteraard. Maar in feite is het niet bekend. Geheimzinnig is het wel. Misschien stuitten de Romeinen in dit gebied wel vaker op bronnen met bruisend water. Zij waren zich als geen ander volk in Europa, denk ik, bewust van het belang van zuiver en schoon water.

Ik wandel verder, de muur volgend. In de Middeleeuwen zijn er stukken opgebouwd, maar het verschil tussen de Romeinse delen en het middeleeuwse deel is goed te zien. Het lijkt wel of ze er in de Middeleeuwen maar een smeerboel van maakten, hier ziet de muur er minder robuust uit. Hoe kan dat? Bouwden de Romeinen zoveel beter? Trad bij de Middeleeuwen het verval in? Voor Tongeren gold dat wel een beetje. Na de val van het Romeinse Rijk was het voor Tongeren min of meer afgelopen. De stad had te kampen met invallen van vreemde (Germaanse) volkeren. De handelsactiviteiten namen af en het inwonertal liep drastisch terug. Tongeren verloor haar politieke macht. In de vierde eeuw raakte het christendom in zwang. In de elfde eeuw kwam er weer wat leven in de brouwerij, maar de stad bleef last houden van invallen en verwoestingen van andere

Het lijkt wel alsof de Romeinse muur over het eigentijdse voetpad stapt. (c) OAMG

Het lijkt wel alsof de Romeinse muur over het eigentijdse voetpad stapt.

bisdommen, zoals die van Luik. In de dertiende eeuw kreeg Tongeren een nieuwe stadsmuur, ik denk dat ze delen van de Romeinse muur hebben opgeknapt, en dat ze toentertijd sommige gedeelten hebben afgebroken, voor het hergebruik van de stenen. Vreemde legers komen en gaan in de daarop volgende eeuwen; prinsdommen, hertogdommen, Spaanse legers, Oostenrijkse legers, Franse troepen, in 1839 worden Vlaams-Limburg en Nederlands Limburg gesplitst en wordt Tongeren een arrondissement. Ondanks alle oorlogen, verwoestingen en invallen heeft Tongeren veel van haar charme behouden. Dit komt mede door de Begijnenhofjes die verstopt liggen in de stad. Maar het mooiste vind ik de stadsmuur gebouwd door de Romeinen, aan wie Tongeren haar bestaan te danken heeft.

Ester Smit- Op avontuur met geschiedenis

Bronnen : persberichten Topstukken Gladiatoren – helden van het Colosseum, Toerisme Limburg Hartverwarmende wintermomenten en wat de gidsen tijdens de rondleidingen door de stad en het Gallo-Romeins Museum vol enthousiasme vertelden, waarvoor mijn hartelijke dank.

 

 

 

Advertisements

One comment

  1. […] is historica en de auteur van Romeinen rondom het Domplein, over de Romeinse sporen in Utrecht. Lees hier Esters uitgebreide reisverslag door […]

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: