Keti koti – rekenschap van ons verleden

Op avontuur met geschiedenisWaarom geen nationale feestdag?

Elk jaar weer… op die ene donderdag… vrij. Gossie, Hemelvaart. Zo’n dag… Zouden er meer mensen telkens weer, jaarlijks overvallen worden? Opgescheept met een vrije dag. OK, een vrije dag is leuk, maar wat valt er te vieren? En moeten we niet iets anders vieren?

“Ik stuur u twee afbeeldingen van het kasteel van El Mina […] na mijn vertrek heeft de nieuwe directeur Willem het nog meer verbeterd. Waarom de Portugezen die het kasteel hebben gebouwd het dorp de naam El Mina gaven weet ik eigenlijk niet. Vijftien jaar geleden was het een machtig dorp, maar door een pokkenepidemie bleef er niet veel van over. Nu is het er zo arm dat het zielig is. Dagelijks komen er [mensen] met goud op het kasteel, en daarna ontvangen zij in ruil bepaalde goederen” (Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 44-45)

‘Waarom doen we niets. Op 1 juli bedoel ik’, vraag ik mijn collega. ‘Ja dat kan toch niet’, zegt hij met zijn zangerige sympathieke stem, ‘dan moet het hele land op zijn kop’. ‘Staat het toch al’, zeg ik kribbig (door de bezuinigingen kan het wat mij betreft niet gestoorder). ‘Maar wat zullen we doen’, dram ik verder, ‘taart? zingen? Doe jij iets?’ ‘Ja hoor, 1 juli gaat de vlag uit’, zegt hij, zijn gitzwarte ogen schitteren van vreugde, en meer, ‘de groen met rode’.

“In Saboe is inmiddels op verzoek van de gezanten van de koning […] een sterk fort gebouwd. Zo is het volk van Saboe beschermd tegen de opdringerigheid van de omringende koninkrijken. Wij kennen het volk van Saboe het langst van alle Afrikaanse volken. Lang voor mijn tijd, al in 1611, hebben de Heren Bewindhebbers in Amsterdam de gezanten van de koning ontvangen”. (Verslag van Bosman blz 60)

Centraal Museum. Tentoonstelling over de Vrede. Onbekend, getekend in Utrecht in 1713. In heel Europa woedden oorlogen die kort gezegd begonnen met de vraag wie recht had op de Spaanse troon. Hoewel deze vrede belangrijk was voor de loop van de Europese geschiedenis, en veel oorlogen -helaas niet alle- voorkomen heeft, is dit feit nauwelijks bekend in Nederland.

Slavenketen

Slavenketen – foto van auteur – op de tentoonstelling in Centraal Museum Utrecht

Vrede vreugdevol vieren (überhaupt vreugdevol vieren) doen we niet in Nederland. Een paar weken geleden knalde er een klein vuurwerkje. Er hangen wat vlaggetjes in de stad. En dat is het wel zo’n beetje. Over een paar jaar is de vrede bij het grootste deel van de Nederlanders weer vergeten. Geschiedenisboeken blijven dicht. Zoals bij zoveel gevallen. Zwervend van zaal naar zaal in het museum stuitte ik ineens op een vitrinekast. De inhoud bezorgde me de kriebels. Ik kwam te weten dat na de vredesondertekening in 1713 de slavenhandel grotendeels in Engelse handen viel. Engeland is heel rijk geworden door de handel in Afrikaanse mensen. Nederland trouwens ook.

“Bij het Deense fort Christaansburg leeft het volk van Aquamboe. Nergens worden meer slaven verhandeld als op deze plaats, en dat komt natuurlijk door de vele oorlogen die hier worden gevoerd. Er worden veel gevangenen gemaakt, die meestal aan de Europeanen worden verkocht”, (zo schreef Bosman op blz 79).

‘Heb het ook over zwarte daders’! las ik in de Volkskrant van 18 mei 2013, in een boekbespreking van ‘Het kasteel van Elmina’ door M. van Engelen. Ik besloot het artikel uit de krant te halen voor mijn collega (en voor mezelf om later nog eens na te lezen of te gebruiken voor dit blog). Aanvankelijk was ik het met de journalist van de Volkskrant eens. Slavernij is erg, misdadig, wreed, onmenselijk, maar ieder Europees land hield zich in die tijd met slavenhandel bezig, het argument dat de Fransen, Spanjaarden, Portugezen en Engelsen en Denen ook in mensen handelden, praatte het Nederlandse aandeel in deze praktijken goed, toch? En de Afrikaanse handelaren in die tijd verdienden er ook goed aan en werkten van harte mee. En toch knaagt het. Waarom dit soort argumenten aanhalen? ‘Grijstinten van de mensenhandel’, las ik in hetzelfde artikel. Hm…

“Meer dan 300.000 Afrikanen werden in vroeger jaren verscheept naar Suriname om daar op de plantage te werk te worden gesteld. Harde en genadeloze arbeid. Mag en moet je de slavernij in Afrika zelf nog beschouwen als een cultureel en traditioneel fenomeen van historisch gegroeide verhoudingen; de plantageslavernij was een harde en wrede uitbuiting, waarbij de werkende partij totaal geen rechten had […] de scheidingen tussen blank en zwart werden absoluut”. (Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 35).

De argumenten uit het boek ‘Het kasteel van Elmina’ werden door mijn Surinaamse collega grif tegengesproken, en terecht. De Europeanen zorgden voor een grote vraag. ‘Als de Europeanen er niet waren geweest waren er niet miljoenen mensen verscheept’. Hier had hij een heel sterk punt.

“De belangrijkste chefs bezitten soms wel duizend vrouwen, en de koning heeft er tussen de vier- en vijfduizend. […] De mannen zijn zeer jaloers, als ze ook maar iets vermoeden wordt de vrouw onmiddellijk als slavin aan de Europeanen verkocht” (Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 98). “De eerste koopman van ons […] heeft de koning een bedrag van duizend gulden betaald. Daarmee kregen wij de vrijheid hier handel te drijven. […] De opkopers trekken […] het land in, waar zij alle markten afgaan, want u moet weten dat ze hier mensenmarkten hebben, zoals dat bij ons met beesten het geval is”. (Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 101 brief aan de heeren van de WIC).

Slavenkettingen opgesteld in de vitrinekast op de tentoonstelling over de Vrede van Utrecht.

Slavenkettingen opgesteld in de vitrinekast op de tentoonstelling over de Vrede van Utrecht.

Boeiend en verfrissend om over dit soort onderwerpen te praten met de nakomelingen van de slachtoffers. Ik heb het geluk een van hen van nabij te kennen. ‘Laat nou eens niet een witte dit bestuderen’, verzucht hij. En verdomd, ja hij heeft gelijk. Het zou voor de geschiedbeoefening van dit onderwerp interessant zijn, om het ook eens van de andere kant te bekijken. ‘Er moet gewoon een instituut komen, die dat bestudeert, niet alleen een witte visie, maar ook zwarte’, zo gaat mijn collega verder, ‘dan pas krijg je een goed, nee, hoe moet ik zeggen, nee, ehm… compleet beeld, zo compleet mogelijk beeld, meerdere beelden over dit onderwerp, niet van een kant … maar meerdere kanten’, zo filosofeert hij verder.

En zwarte bladzijden in de geschiedenis heeft Nederland genoeg. Pogingen om het eens van een andere kant te bekijken te weinig. Vergoelijkende argumenten (‘het was de tijd nou eenmaal’, of ‘alle landen maakten zich er schuldig aan’, of ‘de inheemse stammen verdienden er ook aan’, enzovoorts) zijn voor de Nederlandse rol niet relevant. Je keert er geen zwarte bladzijden in de geschiedschrijving mee om, we geven ons met deze houding geen rekenschap van ons verleden.

“Ik moest drie schepen van onze maatschappij van slaven voorzien. Deze drie schepen hadden ongeveer tweeduizend slaven nodig. […] Al mijn schepen kregen zoveel slaven als zij maar bergen konden en zij zijn volgeladen vertrokken. […] Verreweg de meeste slaven die wij krijgen, zijn mensen die tijdens een oorlog gevangen zijn genomen en als buit door de overwinnaars zijn verkocht.”(Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 102).

Slavernij heeft sinds mensenheugenis bestaan. Een stele van de Babylonische koning Hammurabi (1792-1750 v.Chr.) (staat nu het Louvre te Parijs), gaat over onder meer de positie van slaven. Romeinen hielden slaven en in de Middeleeuwen, tussen 500 en 1400 was er slavenhandel. In de loop der geschiedenis verdwijnt in Noordwest-Eurpoa de slavernij. Maar horigen en lijfeigenen blijven wel. (Vind 10 blz 52)

De slavernij is in de Nederlanden verdwenen toen hier in 1568 de opstand begon. Een vrijheidsstrijd. Tegen Spanje. Toch raakten vanaf 1630 Nederlandse kooplieden betrokken bij de slavenhandel; de handel van Afrikaanse mensen naar het Amerikaanse continent. Die bleek lucratief. Maar hoe praatte je dat goed, als je net de vrijheidsstrijd tegen Spanje achter de rug hebt gehad?

Opportunisme of protest? Er waren intellectuelen en dominees die tegen deze mensenhandel protesteren. De meesten van hen echter, protesteren niet. Sterker nog, op grond van Bijbelteksten werd aangetoond dat God geen bezwaren had tegen mensenhandel en dus was het toegestaan. Immers, het toch ging om heidenen? – zo luidde het algemeen gangbare argument. Onze eigen rechtsgeleerde Hugo de Groot (ja die van de kist) schreef dat het volkomen legaal was om krijgsgevangenen tot slaaf te maken.

“De buit bestaat uit de gevangenen van andere stammen die als slaaf, met hun sieraden verkocht worden. Geen enkele [gevangene] heeft de zekerheid dat hij nooit slaaf zal worden. Daarvoor zijn er teveel oorlogen”. (Verslag van Bosman in Goud en Slaven blz 26).

Een monument oprichten is een stap in de goede richting, onlangs nog eentje in Rotterdam. Maar daarmee zijn we er nog niet. Naar mijn mening gaat het verder. Dit jaar is het groot feest voor vele groepen Nederlanders. De dag van ‘Kota keti’, mijn collega heeft het voor me vertaald als ‘snij de kettingen door’. Dat is gebeurd. Op 1 juli 1863.

We moeten zeggen ‘pás in 1863’, werd in Nederland de slavernij afgeschaft (want later dan in andere landen). Althans, op papier. Want de slaven werden na hun vrijlating voor tien jaar onder staatstoezicht geplaatst als een soort overgangsregeling, om de export van katoen, suiker en koffie veilig te stellen. Een export over lijken, hoeveel mensenlevens zou dit nog gekost hebben?

Volgens Steven Pinker (in zijn boek ‘Ons betere ik’) zijn er in de Atlantische slavenhandel zo’n 18 miljoen mensen omgekomen. Op de lijst van oorlogsslachtoffers staat de slavenhandel daarmee op de tiende plaats. Minister Rogier van Boxtel maakte tijdens een Wereldconferentie tegen racisme in 2001 namens de regering excuses voor het Nederlandse aandeel in de slavernijgeschiedenis. Slavernij is vanaf dit moment ook opgenomen in de nieuwe historische canon. Iedereen kan er nu weet van hebben. (Vind nr 10 blz 51).

En dan? Een mooie stap zou de instelling zijn van een ‘Keti-kotidag’, op 1 juli. Het lijkt me een logische feestdag, hoewel slavernij in Noordwest-Europa allang ophield te bestaan, hadden we hier tot 1795 nog de horigheid. Afschaffing van de slavernij is voor iedereen feest. Het zou mooi zijn om dat samen met alle Nederlanders, van alle afkomsten te vieren, ieder jaar weer. Bij mij gaat in ieder geval de vlag uit.

Bronnen :

Cursief gedrukte teksten :

Heuvel, A. van den ‘Goud en Slaven – een geïllustreerd reisverslag van de 17e eeuwse handelaar Willem Bosman’ (Amsterdam 1981).

En verder :

Pinker, S. ‘Ons betere ik – waarom de mens steeds minder geweld gebruikt’ (2011).

Tang, D. J. ‘Van billijken en beëindigen’ uit: Vind jrg 10 (2013) 50-55.

Engelen, M. van ‘Heb het ook over zwarte daders’ uit: Volkskrant (18 mei 2013) 8-9.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: