Schokkende slachtpartij

Symbool voor de Varusveldslag

Symbool voor de Varusveldslag

Ze bereikten de plek in het gevaarlijke moeras. Zijn gezicht vertrok bij het zien ervan. Hij wees. ‘Hier was het’. In het moeras stond een bosje met een paar wilgenboompjes. Door het koude, natte klimaat waren ze niet hoog, maar kort en dik. De lichtgroene bladeren bewogen door de wind. Twijgjes wiegden zacht heen en weer. ‘Hier werden de onzen vastgebonden’. ‘Geen benul hadden ze, met wie ze van doen hadden’. Zijn stem klonk monotoon. ‘Hier sprak hun leider de barbaarse menigte toe, en liet hij de kruisen oprichten om de krijgsgevangenen aan te laten versterven’. Even verderop lag een grote graspol, die een halve meter boven het moeraslandschap uitstak. Stug donkergroen pitriet. ‘Een schande’, zo ging hij verder, ‘dit is de plek waar de barbaren onze standaard buit maakten. En bij deze pol doodden de standaarddrager’. De standaarddrager had de zilveren adelaar haastig van de stok afgeschroefd en tegen beter weten in, tussen zijn riem gestoken. Het mocht niet baten. In totaal werden drie standaards buitgemaakt. Dat was nog nooit gebeurd sinds de stichting van de Stad. De schaamte drukte nog zwaar. De ooggetuige leek afgemat door alle herinneringen die nog in zijn geheugen rondspookten. Moe was hij. Stevig en goed gebouwd desondanks, met welgevormde spieren. Het was te zien dat hij sterk was, getraind, door de wol geverfd met de jaren. Hij vervolgde zijn verhaal. ‘Hysterisch waren ze. Dit had niets met menselijkheid te maken. Ze slepen hun messen, pakten naald en draad. Allereerst werden van de onzen de tongen uitgesneden, daarna hun monden dichtgenaaid’.De jonge opperbevelhebber knikte, bedachtzaam. Hij was al niet meer bezig met het verdriet van de ooggetuige. Een woede maakte zich van hem meester, maar hij beheerste zich. Deze Germaanse slachtdaad moest hoe dan ook gewroken worden. Hij wilde weg uit dit macabere moeras en besloot terug te gaan naar het legerkamp op de heuveltop.

Als ik om precies te zijn 2004 jaar na dato over dezelfde plek wandel, is er geen moeras meer. De omgeving is lieflijk, met kleine weilandjes, afgewisseld door grote bossen

Ooit was dit weilandje een gevaarlijk moeras

Ooit was dit weilandje een gevaarlijk moeras

met nog kale bomen. Vogeltjes fluiten in het struikgewas. Even verderop zie ik een bosachtig weiland met een meertje (Grosses Moor), aan de linkerkant een met Corstenstaal afgebakende rechthoek. Op de weg ernaar toe liggen rechthoekige stalen platen, niet echt in een lijn, sommigen liggen meer naar links en anderen dwalen af rechts, alsof ze uit de pas lopen. Ik volg het staalplaten pad en besef dat de verpletterd verslagen Romeinse legioenen dezelfde weg hebben afgelegd, hun ondergang tegemoet in de slag bij het Teutoburgerwoud, of de Varusslag, zoals het nu ook wordt genoemd. In de oudheid al schreven onder andere Tacitus, Suetonius, Paterculus en Cassius Dio over deze veldslag. Hoewel ze de omgeving gedetailleerd beschreven, werd de precieze plek pas eind jaren ’80 duidelijk, dankzij een Engelse amateurarcheoloog.

De hoofdrolspelers in deze slag waren de Germaanse opstandelingen, onder leiding van Arminius en het XVIIe, XVIIIe en XIXe legioen van het Romeinse leger, onder leiding van Varus. Arminius was volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus een slimme Germaan. Dat was te zien aan zijn uitstraling en zijn ogen die altijd leken te schitteren. Kort voor de opstand had hij nog gediend bij de Romeinen. Flitsende loopbaan, 26 jaar, de wereld lag aan zijn voeten. Hij beschikte over goede kennis van het Romeinse leger, wist welke wapens ze hadden en welke gevechtstechnieken ze toepasten. Als loyale Germaan verkreeg hij Romeins burgerrecht en schopte het tot de ridderstand. Tegen wil en dank was hij de schoonzoon van de Germaanse heerser Sigimer. Schoonvader Sigimer was pro-Romeins en een aanhanger van de keizer. Arminius was dat ondanks zijn loopbaan inmiddels niet meer. Hij was weg van Sigimers’ dochter, Thusnelda, die hij, terwijl ze tegen haar zin met iemand anders verloofd was, had geschaakt. De verhoudingen tussen Sigimer en Arminius stonden op scherp.

Degene die de Romeinse legioenen nietsvermoedend naar de ondergang leidde was Varus. Paterculus schreef dat Publius Quintilius Varus uit een bekende familie kwam.

Munt met afbeelding van Varus gevonden in Kalkriese

Munt met afbeelding van Varus gevonden in Kalkriese

Een goedmoedige man, wat traag van lichaam en geest, niet vies van geld. Hij was tussen de 50 en 55 jaar en had er al een behoorlijke loopbaan opzitten. In Syrië was hij gouverneur geweest. Daar [betrad hij] ‘arm […] een rijke provincie, rijk verliet hij een verarmd gewest’. Toen hij aan het hoofd van het leger in Germanië stond, was hij ervan overtuigd dat niet geweld, maar rechtspleging de Germanen moest beschaven. Net als vele Romeinen (zoals Tacitus) was hij van mening dat de Germanen behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden. Een bijzonder goed militair was Varus niet. Hij richtte zich als hoofd van de Germaanse provincie vooral op de rechtspraak. De Germaanse stammen speelden het spel mee. Ze verzonnen nepconflicten en nepprocessen die ze dan uitvochten in de rechtszaal. De naïeve Varus trapte erin. Wat zullen de Germanen zich vermaakt hebben. Het schijnt dat Arminius en Varus dikwijls contact hadden, dat ze bij elkaar op bezoek kwamen en soms samen aten.

Wat Arminius dreef om een opstand tegen de Romeinen te beramen weten we eigenlijk niet goed. In ieder geval kreeg hij het voor elkaar om een stammenverbond te smeden waarbij verschillende stammen (Bructeren, Marsen, Angrivariërs, Langobarden, Semnonen, Chauken, Chatten en zijn eigen stam, de Cherusken) zich aansloten. Misschien wilde hij voor zichzelf een Romeins rijkje stichten. Misschien waren hij en zijn bondgenoten de Romeinse overheersing zat. We zullen er waarschijnlijk nooit achter komen. Segestes, een stamgenoot van Arminius, maar pro-Romeins, waarschuwde Varus nog, de avond voor vertrek, en adviseerde hem enkele Germanen te arresteren. Varus sloeg de goede raad in de wind en verklaarde tegen Segestes dat hij de Germanen als zijn vrienden beschouwde. Hij ging op weg met soldaten, officieren, cavalerie, wagens, lastdieren, legertros, vrouwen en kinderen die bij de soldaten hoorden, personeel en ambachtslui. Door dit grote gevolg was zijn leger traag en log.

Het gebeurde in het jaar 9. De drie legioenen, het XVIIe, het XVIIIe en het XIXe, gingen op weg door het woud naar hun winterkwartieren in Xanten, Anreppen en Haltern. In een dal bij het huidige dorpje Kalkriese, had Arminius een hinderlaag gemaakt. Door zijn ervaring wist hij dat de legioenen veel gevechtsruimte nodig hadden. Zijn aanvalsplek was dus smal en krap.

Zonder dat ze het wisten, werden de legioenen waarschijnlijk al dagenlang in de gaten gehouden. Het was slecht weer toen de Germanen hun eerste slag sloegen. Harde koude regens, rukwinden en omvallende bomen desoriënteerde het leger volledig. Chaos. De Germanen begonnen het leger te bestoken. Ondanks de grote verliezen (vooral veel gewonden, maar dan was je eigenlijk ook ten dode opgeschreven) slaagden de Romeinen erin de heuveltoppen te bereiken om de nacht door te brengen. De volgende dag besloot Varus zijn tocht te hervatten. Alles leek goed te gaan, maar weer werden ze bestookt door Arminius en zijn bondgenoten. In de overleveringen van Tacitus en Dio wordt geen tweede kamp genoemd, maar volgens archeologen is dat er wel geweest. Na de derde dag was er geen kans een kamp op te slaan, de Romeinen restte niets anders dan door te vechten.

De Romeinen liepen in een deels natuurlijke, maar ook deels door de Germaanse opstandelingen gemaakte fuik. Tussen de bergtoppen werd het dal door de onbegaanbare

De legioenen liepen in de hinderlaag

De legioenen liepen in de hinderlaag van Arminius

moerassen steeds smaller. Het Romeinse leger kon niet oprukken in vertrouwde formatie, maar moest noodgedwongen een kilometerslange linie vormen. Halverwege het moeras werd de pas nog smaller gemaakt door een kunstmatig opgeworpen aarden wal, met daar bovenop een muur van vlechtwerk gemaakt, waar de Germanen zich achter konden verschuilen en waar ze een goede uitvalsbasis hadden. Door de smalle hinderlaag stonden de Romeinse troepen letterlijk en figuurlijk klem. Het enige wat de Germanen hoefden te doen was een voor een toesteken, vanachter hun veilige wal. Paniek. Varus had aanvankelijk niet in de gaten dat zijn linie in tweeën was geslagen en hiermee was het onmogelijk om de slag, althans voor de Romeinen, tot een goed einde te brengen.

Dio en Paterculus omschreven heel gedetailleerd de plek waar de Romeinen in de val zijn gelopen. Het smalle dal, waar de drie legioenen doorheen liepen was omgeven door bergtoppen met ondoordringbaar woud. Het belangrijkste, de moerassen noemden ze niet, zodat historici zich eeuwenlang zich het schompes hebben gezocht naar de precieze plek van de slag van Varus; Kalkriese.

De drie legioen gingen ten onder. Ze stonden aangeschreven als moedig, dapper en volhardend, hoewel een paar eskadrons vluchtten. De Germanen spaarden niemand. Volgens een rapport van Publius Annius Florus dat hij honderd jaar later schreef, was het moeras roodgekleurd van het bloed. Voor Paterculus moest het een akelige gebeurtenis zijn geweest, omdat hij met velen van de gesneuvelden bevriend was.

Archeologen hebben trieste resten gevonden van de tomeloze paniek die uitbrak onder de legioenen. Zo is er het skelet van een muildier, met een deel van een gebroken dissel. Kennelijk trok het dier in zijn vlucht zo hard, dat de dissel brak. Een ander spoor uit het verleden was een koebel met gras erin gestopt, waarmee de menner het geluid wilde dempen. Door de pollen van het gras te determineren heeft men kunnen vaststellen dat de slag in het Teutoburgerwoud moet hebben plaatsgevonden in het najaar. Bij het aanbreken van de vierde gevechtsdag besefte Varus dat alles verloren was. Hij pleegde zelfmoord.

Masker van een ruiter gevonden in Kalkriese

Masker van een ruiter gevonden in Kalkriese

Volgens Romeinse overleveringen vierden de Germanen hun overwinning op barbaarse wijze. Ze botvierden hun wraak op vrouwen en kinderen en op de lijken. Het halfverbrande lijk van Varus werd in stukken gehakt, het hoofd werd van zijn romp getrokken en naar een Germaanse hoofdman Marbod gebracht, die het opstuurde naar Augustus. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat er heel veel gewonden vielen, die door infecties dagen later de dood vonden. Toch waren er ook overlevenden. Zij deden verslag. Keizer Augustus hulde zich in rouw en schoor zich wekenlang niet. In de stad braken opstootjes uit en liet hij extra patrouilleren, om de orde te handhaven.

Vlak na het overlijden van keizer Augustus (in het jaar 14) besloot zijn opvolger, Tiberius de nederlaag te wreken. Hoewel Tiberius al in het jaar 10 met versterkingen naar het Noorden trok en er in 11 en 12 gevechten plaatsvonden, kwam de echte wraak in 14. Tiberius benoemde zijn neef Germanicus als opperbevelhebber. Zijn legioenen waren op vechten belust. Germanicus was nog jong. Wie zijn buste bekijkt (in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn) ziet een portret met dunne lippen, een jochie, sluik haar. Schijn bedriegt. Kort gezegd (een gedetailleerd verslag heeft Tacitus ons nagelaten) richtte een niets ontziende Romeinse agressie zich op het hele gebied tussen de Lippe en Twente. Ook stammen die niets met de opstand van Arminius te maken hadden gehad, werden afgeslacht. Tijdens het moorden en plunderen vonden de Romeinen twee van de drie buitgemaakte standaards terug. Germanicus stak het hele gebied tussen de Eems en de Lippe in lichterlaaie. Het was Germanicus die besloot de slachtoffers van de slag bij het Teutoburgerwoud een laatste eer te bewijzen. De stoffelijke resten werden geborgen op een grafheuvel waarvan hij de eerste zode legde. Het was niet meer duidelijk of de skeletten van een Germaan of van een Romein waren. Maar dat maakte niemand iets uit.

De familie van Varus wilde de eer redden en beweerde dat de soldaten laf en bang zouden zijn geweest. Maar Paterculus deed vinnig verslag en beschrijft de heldendaden van de soldaten en officieren. Duidelijk is dat een combinatie van factoren een rol heeft gespeeld. De naïviteit van Varus, de onbekende omgeving, het slechte weer en de nauwe doorgang zorgden ervoor dat de slimme Arminius zijn slag kon slaan. Overigens was zijn stammenbond geen lang leven beschoren en viel naar verloop van tijd uiteen, waarmee de bedreiging voor het Romeinse Rijk wegviel. Het leven van Arminius kreeg een triest einde. Hij werd door zijn familieleden uit de weg geruimd toen hij ongeveer 35 jaar was.

In Kalkriese kan ik, als ik op de Corstenstalen toren beklim het gebied goed overzien. Ik zie de heuveltop waar de Romeinse legers hun kamp moeten hebben opgeslagen. Ik

Het terrein van het slagveld. In het midden de plek waar opgravingen zijn verricht.

Het terrein van het slagveld. In het midden de plek waar opgravingen zijn verricht.

zie het pad waar ze gelopen hebben. Ik zie het moerasmeertje -of dat wat ervan over is-  dat rood moet hebben gezien van het bloed. Er zwemmen een tiental vogels tussen de sprietjes riet in het water. Een dikke hommel zoemt zwaar. Een warme lentewind waait zacht door de boomtoppen. Berkjes, vooral veel berkjes, zouden er toen ook berken hebben gestaan? Of alleen robuuste eiken? Ik zie dat het bos plotseling overgaat naar iets donkerbruins. Het zijn gevlochten wanden; een impressie van hoe het eruit zou kunnen hebben gezien in het jaar 9. Ik besluit de toren af te dalen en er heen te lopen. Eigenlijk herinnert er niets meer aan de veldslag. Geen botje te vinden, geen veldteken te bekennen. Verderop staat het robuuste museum. Metershoog torent het museumgebouw als overwinnaar boven de natuur uit. Hoe doen die Duitsers dat toch? In de gang bij binnenkomst hangt links een 3D-wand met een Romeins legioen. Als je voorbij loopt bewegen de soldaten, met van pijn vertrokken gezichten. Rechts schieten -eveneens in 3D- de Germaanse krijgers weg achter de bomen. Alles wat ze op de plek van de Varusslag gevonden hebben, ligt in dit enorme museum, muntje voor muntje, scherfje voor scherfje, botje voor botje; een allerlaatste eer.

Ester Smit

Tenzij anders vermeld zijn de afbeeldingen gemaakt door de auteur.

Bronnen: Lendering, J. en Bosman, A. ‘ De rand van het Rijk’ (Amsterdam 2010). Citaat komt hetzelfde werk bladzijde 85.

Meer lezen : Tacitus ‘Historiën’, vertaling van Vincent Hunink (Amsterdam 2010), Suetonius ‘Keizers van Rome’, vertaald door D. den Hengst (Amsterdam 2010), Paterculus ‘Van Troje tot Tiberius, de geschiedenis van Rome’ vertaald door Vincent Hunink (Amsterdam 2011).

De eerste twee alinea’s zijn niet gebaseerd op een historische bron, maar zijn een impressie van de auteur over hoe het gelopen zou kunnen hebben.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: