Avonturen en historische sensatiemomenten – deel 1

Vroeger was ik al onder de indruk van de bouwwerken van de Romeinen en Grieken, uit een lang vervlogen tijd. 'Toen wij nog met knuppels en stenen liepen te slepen', werd er dan gezegd. Met andere woorden, wat hier te vinden was aan beschaving, was niets vergeleken bij het oude Rome. Dat kan zijn. Maar op mijn fietstocht kwam ik hopen stenen tegen waar ik gaandeweg meer en meer van onder de indruk raakte: Hunebedden.

Hunebedden D19 en D20

Stenen steentijd

Hier zijn te zien D19 en D20 bij Drouwen. Alle Hunebedden hebben een nummer. In Nederland zijn er als ik ze goed heb geteld nog 53 over. Vroeger waren er volgens de overleveringen meer dan 100. Ze zijn gebouwd in het Neolithicum (Nieuwe Steentijd), zo tussen 3450 en 3250 voor Christus. Na de Nieuwe Steentijd gingen de hunebedbouwers door, tot ongeveer 2850 v. Chr. Ze raakten in de vergetelheid, maar men wist de stenen door de eeuwen heen altijd te vinden, helaas. De grote stenen waren goed te gebruiken voor het bouwen van kerken, het aanleggen van wegen en het versterken van dijken. In 1734 besloot de provincie Drenthe om beschermende maatregelen te nemen. Het slopen van Hunebedden werd verboden. Hunebedden zijn cultureel erfgoed en vormen de imposante restanten van ons verre verleden, dat duizenden jaren teruggaat.

Hunebed D31 (?)

De hunebedden die we nu zien, zijn niet meer dan een ruïne van de machtige bouwwerken die ze vroeger geweest waren. Grote zijstenen werden afgedekt met nog grotere dekstenen. De gaten en de vloer werden toegedekt en gedicht met kleinere keien. Vervolgens werd het geheel afgedekt met aarde. Aan de voet van de aarden heuvel werd een kring van keien gelegd. Deze ruïne hier zag ik op weg van Valthe naar Exloo.

Geen botjes wel restjes

Er bestaan verschillende typen hunebedden. Degene die ik het meeste heb aangetroffen zijn de portaalgraven en de ganggraven. Bij een ganggraf is er een toegang gebouwd van meerdere paren zijstenen. Een portaalgraf heeft slechts een paar zijstenen op een rij. Hebben we hier te maken met verschillende architectonische ontwerpen? We weten het niet. Hunebedden waren grafmonumenten, daar is iedereen het wel over eens. Hoewel er geen lichamelijke resten gevonden zijn dan een paar botjes. De grond is zuur, en het is bijna 5000 jaar geleden: onder deze omstandigheden blijft geen lijk bewaard. Wat hier gevonden is, zijn gecremeerde resten. De hunebedbouwers cremeerden hun overledenen, meestal, soms, bijna altijd. Zeker is wel dat ze geschenken meegaven, bijlen, sieraden, goudsnippertjes en potten, honderden potten hebben ze opgegraven. Ze zijn hier uitgestald, in het hunebedcentrum te Borger. Naast dit centrum ligt het grootste hunebed van Nederland.

Hunebed D27 bij Borger 

Van groot naar klein

Hunebed D13 bij EextHet hunebed bij Eext (D13) is een heel kleintje, met oorspronkelijk maar drie dekstenen. Het bouwwerk bij Eext laat goed zien dat de hunebedstenen in een heuvel lagen die kunstmatig was aangelegd. Of de dekstenen met zand waren bedekt of zichtbaar waren is niet precies bekend. De stenen zijn tot mijn verbazing allemaal perfect afgevlakt. De archeologen hebben geen idee hoe dat is gebeurd. Zijn de stenen gespleten door de natuur (vorstverwering?) of klaarden de bouwers zelf het klusje?

Hoe leefden de hunebedbouwers?

Eigenlijk kunnen we daar niet veel over zeggen. Ze konden mooie kralen rijgen (te zien in Borger). Ze zetten hun doden (of de verbrande resten ervan) bij op een daarvoor vaste bestemde plek, ze konden mooie potten maken en ze konden goed met stenen overweg. Perfect sluiten de deksteen aan op de zijstenen. Hoe kregen ze het voor elkaar? Kenden ze de truc van vorstverwering? Door de combinatie van vocht en vorst kunnen de grootste rotsen splijten, iets wat nog dagelijks in de Alpen gebeurt. Deze methode toepassen lijkt wel erg veel op toeval. Hebben ze de enorme rotsblokken zelf bewerkt, met een van die vele hakbijltjes die nu in het museum liggen? Wat een vakmanschap! Wat een precisie. Ik krijg steeds meer respect voor deze onbekende voorouders.

Hunebed D 27 Alle wetenschappers zijn het er wel over eens dat de trechterbekercultuur ook te maken had met zwaartekracht (net als wij), en dat ze de stenen niet met speciale krachten konden laten zweven. Maar de hunebedden liggen wel allemaal op een lijn, met de ingang naar het zuiden gericht. Toch sterrenkundige astrologische kennis? Liggen ze op een energielijn, de zogeheten leilijn of een andere geheimelijn? Of liggen ze gewoon op een hoger gelegen stuk land, opgestuwd in de voorlaatste Saale-ijstijd? Practisch dus: hoog en droog. Dom waren ze niet, ze wisten het zuiden te vinden en daar richtten ze de ingangen op.

Geen mythen maar mysteries

Mythen ontzenuwd en toch vol mysteries. Mijn bewondering wordt alleen maar groter, want hunebedden zijn niet alleen geheimzinnig, ze zijn stoer! Na de hunebedbouwers, de Trechterbekercultuur, kwam de Klokbekercultuur, (met, ja, hoe verrassend, bekers in de vorm van een klokbel). De doden begroef men inmiddels in grafheuvels. Er werden geen hunebedden meer gebouwd. Waarom niet? Waren ze niet meer hip? Waren de stenen op? Stenen laten zweven nee, dat gaat te ver, maar het zijn bouwwerken die altijd een mysterie zullen blijven.

Met dank aan Hans Meijer te Assen voor het geheel belangenloos beschikbaar stellen van gegevens op www.hunebedden.nl . Verdere informatie heb ik van www.hunebedcentrum.nl geplukt.

De foto's heb ik zelf gemaakt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: